Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bied. Een fabrieksstad in den eigenlijken zin des wóords zal Amsterdam wel nooit worden, maar zijn industrie Overtreft niettemin die van menige stad, welke als zoodanig békend staat.

Niet alleen door haar bestellingen aan den scheepsbouw is de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, al oefende zij haar bedrijf ver van de Amsterdamsche haven uit, voor onze stad van beteekenis geworden; het feit, dat onder de leiding van jhr. Op ten Noort de kustvaart in Indië in nationale en bevriende handen werd gebracht, heeft de positie der Nederlandsche maatschappijen, die op Indië voeren, belangrijk versterkt; ook de oprichting der Stoomvaart Maatschappij Oceaan, welke met Engelsen geld en met Engelsche schepen werkte, heeft de bedrijvigheid in de Amsterdamsche haven zeer doen toenemen.

Krachtig werd de hand aan de verbetering daarvan en van den weg naar zee geslagen. Daar de sluis te I Jmuiden reeds spoedig te klein bleek, werd besloten tot den bouw van een nieuwe, die veel grooter werd, en in 1896 voor het verkeer kon worden geopend; na den strengen winter van 1891 werden ijsbrekers aangeschaft, die verdere onderbreking van de vaart hebben weten te beletten; in 1894 werd een commissie benoemd om te onderzoeken, wat verder voor de verbetering van het kanaal moest worden gedaan, welk onderzoek niet alleen tot de verbreeding en verdieping der vaargeul, maar ook tot de vervanging van de brug bij Velzen door een stoompont en tot belangrijke verbetering van de Hembrug heeft geleid. Ook in de haven zelf zat men niet stil: een uitnemend ingerichte petroleumhaven werd gebouwd. De plannen der Transito-commissie, die o.m. den spoorweggordel bezuiden het Oosterdok en de Nieuwe Vaart wilde verplaatsen, werden wel wegens de kosten niet uitgevoerd, maar haar voorstellen tot uitbreiding der kaderuimte heeft geleid tot den aanleg van de IJkade voor de Handelskade, waardoor de pakhuisniimte en de opslag aan diep water belangrijk kon worden uitgebreid en ter beschikking van de groote stoomvaart uitnemende aanlegplaatsen konden worden gesteld.

Langzamerhand begon nu de toestand belangrijk te verbeteren. In het jaarverslag van 1894 klaagt de Kamer van

180

Sluiten