Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handvest in 1291 werd vernieuwd, nadat zij in de stormen van den oorlog met Holland was verloren gegaan.

Wij kunnen uit de oorkonde van 1275 nog iets anders opmaken. De Amsteldam bestond toen reeds. Volkomen natuurlijk: want naar naam en inhoud is Amsterdam zonder den dam niet denkbaar. Wanneer die dam is aangelegd, weten wij niet. Ter Gouw stelde hem op ongeveer 1240; er is reden om aan te nemen, dat hij reeds vroeger, althans in den aanvang der dertiende eeuw reeds bestond. Wel kunnen wij vermoeden, waarom hij is aangelegd. De dam in den Amstel had denzelfden dienst te verrichten als die in het Spaarne, die in de Rotte, die in de Schie; hij moest het opstuwende buitenwater tegenhouden, zoodat het stroomgebied der rivier beveiligd was tegen overstrooming. Maar het gevolg kon zijn en in Amsterdam is inderdaad het gevolg geweest, dat er aan den mond der rivier een haven ontstond, natuurlijk wel zeer primitief, maar toch wel geschikt aan vele schepen een veilige schuilplaats te verschaffen. Was dat eenmaal het geval, dan ontstond van zelf handel verder landwaarts in. Maar dan was de dam, die de haven schiep, tevens een beletsel, maar een beletsel, dat op zijn beurt de opkomst van de handelsstad in de hand werkte. Immers de dam dwong tot overlading; een handel van eenige beteekenis moest dus wel aan den dam ontstaan. Voor zoover wij weten, lag de dam altijd, waar hij nog ligt, aan den Vijgendam; intusschen is het mogelijk en denkbaar, dat hij in den oudsten tijd lager heeft gelegen, waar nu de Nieuwebrug is.

Van den handel van Amsterdam der dertiende eeuw weten wij zoo goed als niets; niet anders dan vage aanduidingen zijn het, die Ter Gouw voor stevige bewijzen hield. Men bedenke daarbij toch ook, dat Amsterdam in 1275 nog geen stedelijke rechten had, hoewel het tolprivilege er alle aanleiding toe had kunnen geven. Amsterdam heeft zijn stadrecht ook niet ontvangen van zijn oude heeren, de Gijsbrechten. Het werd eerst een stad bij het befaamde privilege van Amstels nieuwen heer Guy van Avesnes, dat wij op goede gronden op 1300 mogen stellen. Dat privilege, dat in hooofdzaak in 1342 door Willem IV is bevestigd, leert ons het Amsterdam van den aanvang der veertiende eeuw ten duidelijkste kennen. Wij zien dan een kleine stad, waar een gedeelte der burgerij zich nog met landbouw en veeteelt bezig houdt. Die burgerij is samengesteld

10

10

Sluiten