Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regeering eindelijk het hoofd in den schoot moeten leggen Zij sloot den 8 Februari 1578 een zoogenaamde satisfactie met den Prins en de Staten. Maar daarmede waren de Calvinisten, die uit de ballingschap waren teruggekeerd en de leiding der burgerij in handen hadden genomen, niet meer tevreden. Zij werden van hooger hand gesterkt, toen zij den 26 Mei 1578 de revolutie — men sprak toen van de alteratie — in Amsterdam voltrokken.

De alteratie was voor Amsterdam waarlijk wel de eerste dag eens nieuwen levens. Het was allereerst van groot belang, dat het Calvinisme zegepraalde: de gereformeerden bezetten het regeeringsgestoelte; voor de dissenters was geen plaats meer op het stadhuis. Maar van geloofsvervolging was sedert nauwelijks sprake meer. Katholieken, Doopsgezinden, Lutheranen, Joden, Remonstranten mochten in het algemeen vrij hun geloof en zelfs hun eeredienst behouden, mits zij geen publieken aanstoot gaven. En vooral — zij werden maatschappelijk niet lastig gevallen : zij mochten hun bedrijf uitoefenen en daarin gedijen, zooveel zij verkozen. Want diep was de regeering van Amsterdam in de zeventiende en de achttiende eeuw overtuigd, dat naast de vrijheid om God te dienen ook de vrijheid moet worden gehandhaafd om zijn brood te winnen op de wijze als men zelf verkiest. Ook daardoor kon Amsterdam tot bloei komen en zich verheffen tot de grootste koopstad van Holland, van de republiek, in menig opzicht van de wereld.

Misschien nog van meer belang was de geheel veranderde positie, die Amsterdam door de alteratie verkreeg in politieken zin. De opstand tegen Spanje was ingezet onder de leuze: voor de privilegiën. In dat opzicht draagt de opstand dan ook bepaald een conservatief karakter : men streed en wilde strijden tegen den modernen staat der Bourgondiërs; men streed en wilde strijden voor de oude particuliere voorrechten. Het noodwendig gevolg in staatsrechterlijken zin was dan ook niet alleen de krachtige handhaving van de gewestelijke souvereiniteit, maar ook van alle oude handvesten der steden. Van een sterk gefundeerd centraal gezag was geen sprake meer: in den nieuwen staat, die zich trotsch en zeer kenmerkend noemde de republiek der geünieerde provinciën, kwam het gezag niet van boven af, maar steeg het van beneden op.

16

Sluiten