Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdam zeer dikwijls den stadhouder den voet dwars. Tegenover den tot monarch opstijgenden stadhouder stelt de stad zich te weer, vooral als de regeering in Den Haag haar handelsbelangen in de Oostzee niet afdoende kan of wil beschermen. De man, die dan Amsterdam leidt en vertegenwoordigt, is burgemeester Andries Bicker, in wiens stevige handen jaren lang het magnificat, de hoogste positie in de regeering, berust. Andries Bicker is wel de meest karakteristieke regent der zeventiende eeuw. Hij was een man van sterke energie en een daarvan geëvenredigd zelfbewustzijn. Begaafd met een scherp verstand en altijd gereed zijn groote plannen in kloeke daden om te zetten, is hij de regent bij uitnemendheid van het kooprijk Amsterdam. De regent en de koopman zijn bij hem één geworden; hij is de beleidvolle bestuurder der zaken van stad en huis. Hij beheerscht zoo zich zelf, zijn stad, zijn tijd volkomen en hij weet dat. Hij maakt zijn eigen geluk en zijn eigen fortuin; nauwelijks gevoelt hij een macht boven zich. AUerrninst buigt hij voor den stadhouder, met wien deze republikein met zekere goedige vriendelijkheid omgaat. Maar nog veel minder staat hij onder de menigte, die hij in zijn sterk zelfbewustzijn minacht. Hij duldt geen inmenging van de burgerij in de regeering; daarom ook houdt hij de predikanten stevig onder den duim. Hij is innerlijk en uiterlijk de man der Hollandsche renaissance; niet voor niets komt de herinnering der Romeinsche consuls tot uitdrukking in het Amsterdamsche stadhuis.

Dat een zoo zelfbewuste regeering zich niet aan een jong despoot als Willem II onderwerpt, spreekt van zelf. En het merkwaardige is, dat de burgerij haar daarbij volgt. Er is bij het beleg der stad in 1650 geen zweem van onrust of afval bij de burgerij; geheel Amsterdam verdedigt zich, als Willem II het waagt de stad aan te tasten. En al moet de stadsregeering toegeven, ten slotte is zij toch meester gebleven van de situatie. Niet omdat Willem II zoo spoedig is gestorven, maar omdat niemand het na hem weer heeft gewaagd Amsterdam door militair geweld te dwingen.

Zoo is de regenten-aristocratie meester gebleven in Amsterdam, in Holland en in de republiek. Zij kon dat, vooreerst omdat zij zelf de kunst van regeeren in de perfectie verstond, maar ten andere ook, omdat het bijna steeds gunstige tijden

18

Sluiten