Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 1342 ontwikkeld. De handvest van Willem IV van dat jaar geeft nauwkeurig de grenzen van de stad aan; ongelukkig kunnen wij de daar genoemde punten topographisch niet meer aangeven. Maar dit staat wel vast, dat de stad toen werd omsloten aan den oost- en aan den westkant door de beide voorburgwallen. Verder werd de grens naar het noorden natuurlijk gevormd door het IJ; de zuidgrenzen waren de Begijnesloot, het Spui en de Grimburgwal. Alleen door grachten was Amsterdam toen omsloten; van een bevestiging met muren en torens was toen nog geen sprake; misschien zijn er alleen poorten geweest, waar een weg de stadsgracht sneed.

Door de begrachting was ook de uitbreiding der stad gemakkelijk en eenvoudig: de oude buitengracht werd binnengracht en een nieuwe buitengracht werd gegraven. Op deze wijze is de eerste, kleine uitbreidng van Amsterdam tot stand gekomen: in 1367 werd het terrein, waar thans het weeshuis en het begijnhof staan, binnen de stad getrokken en omgracht. Van veel grooter omvang en belang was de tweede uitleg, die spoedig volgde. In 1380 werden aan beide zijden evenwijdig aan de oude grachten twee nieuwe gegraven, de beide latere achterburgwallen. Zoo werd omstreeks 1400 Amsterdam in het oosten begrensd door den Oude zijds Achterburgwal, in het westen door den (gedempten) Nieuwezijds Achterburgwal, thans de Spuistraat.

Maar de stad bleef groeien en een nieuwe vergrooting was weldra noodig. Een groot gedeelte der vijftiende eeuw heeft Amsterdam besteed aan den aanleg van de nieuwe stadswijken, die buiten de oude grachten werden gevormd. Ook toen werd weer aan de oude zijde begonnen. Kort na 1425 werd de nieuwe buitengracht aangelegd, die tegenwoordig de Geldersche Kade en de Kloveniersburgwal heet; in het zuiden raakte de laatste den Amstel, die juist hier een vrij scherpe bocht maakt. Het duurde nog geruimen tijd, voordat ook de nieuwe zijde werd onder handen genomen. Kort na 1450 werd daar de buitengracht gegraven, die terecht het Singel werd genoemd. Men kan gemakkelijk op de kaart nagaan, van hoeveel beteekenis deze vergrooting is geweest. Maar zij is nog in een ander opzicht merkwaardig. Men heeft het in die eeuw vol strijd en vol gevaar niet, zooals vroeger, bij een omgrachting gelaten; Amsterdam is in de vijftiende

27

27

Sluiten