Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

saurieren, de weesmeesters en de accijnsmeesters. Reeds spoedig, 1584, werd het college van thesaurieren gesplitst in thesaurieren ordinaris en extraordinaris. In 1592 werd voor de controle op de rekenplichtige ambtenaren het college van rekenmeesters ingesteld. In 1609 kreeg natuurlijk de pas Opgerichte wisselbank haar commissarissen, evenals in 1614 de bank van leening. En bovendien werden burgemeesteren ter zijde gestaan door een zeer groot aantal colleges van regenten van gast-, wees- en godshuizen, wier beeltenissen ons nog thans zoo vertrouwd zijn.

Een soortgelijke ontwikkeling onderging de schepenbank; ook van deze splitsten zich een reeks lagere rechtbanken af, ieder met een aangewezen, beperkten werkkring. Reeds in 1578 werd ten behoeve van de dissenters het college van commissarissen voor de huwelijksche zaken opgericht; zij verrichtten de inschrijving van den ondertrouw, waarna het huwelijk voor schepenen werd gesloten. Commissarissen voor de huwelijksche zaken hadden bovendien de rechtspraak in allerlei geringe correctioneele en civiele zaken. Een ander middel om schepenen te ondasten was in 1598 de oprichting van de assurantiekamer. Ih hetzelfde jaar werd ingesteld het college van vredemakers, die sedert 1611 commissarissen van de kleine zaken heetten. In 1641 werden commissarissen voor de zeezaken ingesteld, drie jaar daarna de befaamde desolate boedelkamer. Zoo waren dan vijf kleine rechtbanken tot stand gekomen, die gewoonlijk door schepenen of oud-schepenen werden gepresideerd.

In dezen zoo naar de behoeften van den tijd uitgebouwden regeeringsvorm, die nog steeds zijn uitdrukking vindt in het stadhuis van Jacob van Campen, bleven de burgemeesters als van ouds het dirigeerende college. Zij worden de koningen van het land genoemd, maar zij zijn nog veel meer de koningen der stad. De vroedschap werd alleen bijeengeroepen, als burgemeesteren het noodig vonden; eigen initiatief bezat zij niet. En indien burgemeesteren belangrijke zaken, b.v. belastingen, aan de vroedschap voorlegden, dan was de behandeling daar zeer beknopt, om niet te zeggen oppervlakkig. Geen wonder, dat burgemeester de Graeff uitdrukkelijk verzekert: „Geen raeden vermochten yts te proponeeren sonder consent ofte advijs van burgemeesteren". Eigenlijke

43

43

Sluiten