Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel in bijzonderheden te willen treden, noem ik nog Jan Eggert, een naam die in de geschiedenis van Amsterdam van groote beteekenis is. Hij was de zoon van Willem Eggert Heer van Purmerend, den stichter der Nieuwe Kerk, en Thesaurier van den Graaf Willem VI. Jan was zeer vermogend èn heeft het klooster te Windesheim krachtig geldelijk gesteund. Hij werd prior van Elzingen bij Oudenaarde. Willem Eggert stichtte in de Oude-Kerk een kweekschool voor godgeleerdheid en wijsbegeerte, het Sint Nicolaas-College, met een bibliotheek. Daar zijn zoon hem daarin bijstond, kan ook in deze stichting wel de invloed van Windesheim worden aangenomen. Het College is nog in 1450 gedoteerd door den Amsterdamschen Schepen Jan Eggert Hargertsz, neef van Jan, en bestond nog in 1478.

Een andere broeder des Gemeenen Levens was Petrus de Amsterdamis, die genoemd wordt als priester in Heer Florenshuis en later rector der zusters van Heer Gerardshuis te Deventer. In de levensbeschrijvingen der devote zusters wordt zijn groote heiligheid en vroomheid vermeld.

Het Memorieboek vermeldt, dat Jonckvrouw van Bueren een gekleurd glasraam aan het S. Agnes-klooster heeft geschonken in de kapel; vermoedelijk is de schenkster een der dochters van Floris van Bueren, den Stadhouder van Holland. In het Heer Florens-huis te Deventer was Aemilius van Bueren de tweede opvolger van Heer Florens en wellicht een broeder van deze Jonkvrouw.

Groote brand.

Het jaar' 1452 was een rampjaar voor Amsterdam, doordat op 25 Mei a/s gedeelten van de stad door een hevigen brand verwoest werden. De S. Nicolaas-kerk, zoowel als de kerk van de H. Catharina, in 1414 gesticht wegens de groote uitbreiding der stad, en het Stadhuis, het Begijnhof en de H. Stede, waarvan het tabernakel met de H. Hostie gespaard bleef, evenals al de kloosters, waaronder dat van S. Agnes, aan de Oude Zijde, werden tot asch verteerd. De stad werd eenige jaren achteruitgezet, zoowel in hare economische als geestelijke ontwikkeling, en tal van kunstwerken in de kerken en de kloosters moeten toen verloren zijn gegaan.

57

57

Sluiten