Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK IN AMSTERDAM NA 1578

De Stedelijke Bibliotheek.

Een van de merkwaardigste blijken van de herleving van Amsterdam na den overgang van 1578 is de vorming en de snelle ontwikkeling van eene Stedelijke boekerij, eene wezenlijk rijke wetenschappelijke bibliotheek. Van haar ontstaan hebben we geen gelijktijdig bericht, het volgde van aelf uit den algemeenen ommekeer. Doordat de kerken en kloosters aan de stad kwamen, kwam deze in het bezit van de daar bewaarde boeken. De bibliotheek van de Nieuwe Kerk, vermeerderd met boeken uit verschillende kloosters, werd de Stedelijke boekerij.

In de tegenwoordige Universiteitsbibhotheek zijn de boeken van die eerste stedelijke bibliotheek nog te herkennen. Daar is o.a. bewaard: een fraaie Latijnsche bijbel in handschrift uit de 14e eeuw, op perkament, met rijk versierde randen en beginletters in kleuren, in zeven oude banden, vroeger voor kerkgebruik bestemd, later, als al de bibliotheek-boeken, vastgelegd aan kettingen, waarvan men de sporen nog ziet. Een ander Latijnsch bijbelhandschrift uit de 15e eeuw, in twee goed bewaarde banden met sloten en titeltjes op het plat aangebracht, is uit het Ceciliaklooster afkomstig.

Een zestal incunabelbanden waren, blijkens inschriften uit de eerste helft van de zestiende eeuw, door aanzienlijke Amsterdammers aan de boekerij van de Nieuwe Kerk geschonken. Vier banden hebben inschriften van de Paulusbroeders, waaronder een, die zeven theologische tractaten bevat, blijkbaar in het klooster zelf bijeengebonden en door eenzelfde hand gerubriceerd.

Een drietal Grieksche handschriften uit de 16e eeuw heeft keurige hef hebbersbanden, volgens een kenner uit de boekerij van kardinaal Granvelle afkomstig; de heer Wieder achtte ze „niet minder fraai dan de beroemde Grolierbanden". 78

78

Sluiten