Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de eerste plaats was Amsterdam's belang hiermede gemoeid, en de posten in de thesauriersrekening over door Corn. Anthonisz in 1540 en door Jacob van Deventer in 1547 geteekende kaarten van de diepten der Zuiderzee, het Marsdiep en het Vhe staan met dit protest in direct verband.

/Nadrukkelijk heeft men betoogd, dat de regeering de trots nautische en andere bezwaren verkregen resultaten niet door fiscale maatregelen in de waagschaal mocht stellen.

Dat men reeds van oudsher op andere bronnen van bestaan dan de voortbrengselen van eigen bodem was aangewezen, wordt duidelijk uiteengezet. „Hollant was een seer cleyn lant" met zijn drie deelen aan de zee gelegen, zeer bezwaard door de dijkage, en met veel duinen, veenen en meeren, „daar men noch zayen, noch weydén en mochte". Om den kost voor vrouw, kinderen en huisgezin te winnen moesten de Hollanders zich behelpen „met eenighen hantwerckenennegotiatien, die stoffe in vremde landen halen, ende 't gemaect werck wederomme wech voerende, als onder anderen diversche sorten van Lakenen en de Draperien, deselve verthierende in menigerley plaetsen als in den Coninckrijken van Spaengien, Portugal, Duitslant, Schodant, ende bijzonder in Denemarken Oosdant, Norwegen ende andere diergelycke quartieren, van daer brengende haerlieden waeren ende goeden, merckelicken cooren ende ander graen".

Deze posthume uiteenzetting, die de opkomst der Hollandsche steden verklaart als een gevolg van daar uitgeoefende wolnijverheid, van ruilhandel en van scheepvaart moge al niet gelijk te stellen zijn met een positieve getuigenis uit de voorleden tijden zelf, toen de bewoners van het kleine Holland „begonst hadden metschepen te frequenteeren anderelanden", echter zijn er voldoende aanwijzingen bij te brengen, die deze tot eenvoudige oorzaken teruggaande voorstelling steun geven. Reeds ten tijde van Karei den Groote bezochten kooplieden uit deze streken, die toen nog met Fresia werden aangeduid, alle markten der toenmalige handelswereld. Hun laken had groote vermaardheid.

Dat in Fresia omstreeks 866 zich reeds grootere centra hadden gevormd vernemen wij eenigszins toevallig uit een kerkelijke lijst, die een deel der toenmalige parochies vermeldt. Van de latere groote steden worden Haarlem en Leiden ge98

98

Sluiten