Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote steden van Holland ten achter, noch in uitgestrektheid van gebied noch in finantieele middelen. Het draagt zelfs belangrijk meer bij in de grafelijke bede dan Leiden — 250 pond tegen 150 — en financiert de uitrusting van Willem IV voor zijn tocht tegen de Friezen. Dat het zich als zeestad heeft ontwikkeld, is niet twijfelachtig. Het blijkt ook uit de goederen uit de Westersche zeeën aangevoerd, als wijn, wol en zout, die het in 1347, volgens de lijst van den Koter tol, naar den Rijn verscheept. De ontwikkeling van zijn belangen in de Oostzee blijkt uit het deelnemen aan de zijde der Hanzesteden in den strijd om den onbelemmerden toegang door de Sont in 1368. De Amsterdamsche „vrede-cogghe" telde behalve de bemanning honderd twintig krijgslieden.

In 1440 tijdens den oorlog der Hollanders en Zeeuwen met de Oostzeesteden rustte, volgens den anonymus bij Pontanus, Amsterdam drie jaar lang meer dan twintig schepen uit, zooveel als de andere steden te zamen. Het was een geduchte toerusting. Waarschuwend berichtte de aartsbisschop van Lund aan Lübeck, dat die Amsterdamsche schepen de hunne overtroffen. Het waren „grote Spansche skepe", d.w.z. zij waren op de Spaansche wijze gebouwd.

Geen wonder dus, dat Philips van Bourgondië in 1452 spreekt van „le notable port" en „la ville la plus marchande de tout notre pais de Hollande".

Voor het eerst zien wij het beeld van de Amsterdamsche haven in tastbare werkelijkheid bij Cornelis Anthonisz in 1536 en 1544.

Na het voorafgaande is het beeld, hoe treffend ook, geenszins verrassend.

Als wij van de voorgaande blijken van expansie van 1440 en 1368 teruggaan op 1342, dan is het duidelijk, dat de strook der Lastags van de handvest ook toen reeds de bestemming voor den scheepsbouw heeft gehad.

Maar ook de scheepstypen, die Corn. Anthonisz afbeeldt, vertoonen een nauw verband met het verleden.

Denken wij het schip uit ons dertiende-eeuwsche grootzegel met een rechten achtersteven en dat uit het volgende zegel niet met één, maar met drie masten, dan is de afstamming in rechte lijn van deze zestiende-eeuwsche vaartuigen van die uit den tijd der Gijsbrechten volkomen duidelijk. De romp 100

100

Sluiten