Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de groote vaart de oplossing gebracht, die, zoolang iooo a 1200 ton met een diepgang van 20 voet niet werd overschreden, heeft voldaan; maar reeds in 1864 was het, hoewel verbeterd, niet meer toereikend voor de langere stoomschepen, die Amsterdam niet dichter dan tot de voorhaven Nieuwediep konden naderen.

Lang nog zien wij schepen van middelbare grootte den ouden weg langs Marsdiep en Vhe over de Zuiderzee kiezen, totdat na de afdamming van het IJ in 1872 en de opening van het Noordzeekaneel ook dit verkeer, evenals de groote vaart, den weg kiest langs IJmuidèn.

Niet minder dan de drempels in den toegangsweg, het Pampus, het Wieringer en het Friesche vlak, is ook de aanslibbing in het IJ een dreigend gevaar geweest voor de instandhouding van het havenbedrijf.

'De dubbele palenrij voor de walen, de zware schepen in de havenkom langs de laag belemmerden de werking der getijstroomen, waardoor de vooral bij storm elders losgeslagen modder hier bezonk.

Reeds in 1606 vinden wij op het profiel van Saenredam een tredmoddermolen. Bij Zeeman is het een paardenmolen, en bij de Jong omstreeks 1780 zien wij een dergelijke voor het Compagniesdok.

Verschillende werken ter bestrijding van die aanslibbing zijn voorgesteld, enkele ook uitgevoerd, zoowel in de 17e als in de 18e eeuw, maar steeds groeide de modderbank, en een plan van 1808 heet, niet zonder reden, Amsterdam's Redding. Het beoogde den aanleg van een doorloopenden dijk van af den Paardenhoek tot het Blauwhoofd.

Nadat aan een plan tot afdamming van het IJ bij het Pampus en aan een kanaal door Waterland en Marken door de regeering reeds een begin van uitvoering was gegeven, is als gevolg van de nadrukkelijke betoogen van het stedelijk bestuur dit werk gestaakt, en werden in 1829 het Ooster-enhet Westerdok door dijken van het IJ afgescheiden.

Zoo zien wij dan ook op het profiel van Greive van 1860 geen schepen meer in de laag, maar binnen de dokken. Men is reeds bezig het Ooster- en Westerhoofd van uit de doksdijken aan te plempen, zoodat het open havenfront het eenige was, dat van den ouden toestand bleef.

107

Sluiten