Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van beteekenis werd. Deze scheepvaart op de zuidelijke landen vormt in zekeren zin het natuurlijke complement van den Oostzeehandel, die steeds terecht als de „moedercommercie" is beschouwd.

Tegen het einde der Middeleeuwen vervult de NoordNederlandsche koopman dus reeds een belangrijke rol als bemiddelaar in het handelsverkeer tusschen Noord- en ZuidEuropa. Amsterdam heeft aan dit verkeer een groot aandeel \ Tijdens Karei V, in het midden der 16e eeuw, wordt Amsterdam dan ook reeds als een voorname koopstad beschouwd. Het aantal inwoners wordt voor dien tijd op o.g. 40.000 geschat. De stad is dan de andere Noord-Nederlandsche steden reeds verre boven 't hoofd gegroeid, doch staat nog zeer ten achter bij Antwerpen, dat in de 16de eeuw het voornaamste handelscentrum van West-Europa is.

Dat verandert echter tijdens den Opstand. Na de verovering van Antwerpen door Panna (1585) en de sluiting van de Schelde begeven talrijke Zuid-Nederlandsche kooplieden zich naar het noorden. Velen hunner zetten zich te Amsterdam neder. Het is overbekend, dat deze Zuid-Nederlanders in het nu beginnende tijdperk van snelle expansie een gewichtige rol hebben gespeeld. Ongeveer in denzelfden tijd komen hier immigranten van geheel anderen landaard, n.1. de Portugeesche Joden (sinds 1593). Ook hun handelsrelaties en hun handelskennis zijn onze stad ten goede gekomen, o.a. bij de vestiging van den handel in de Middellandsche zee (te Venetië en in de Levant).

Doch welke gewichtige diensten deze vreemdelingen mogen hebben bewezen, ook den ingeboren Amsterdammers ontbrak het niet aan ondernemingslust. De snelle expansie van den Amsterdamschen handel in het einde der 16de en in het begin der 17de eeuw wekt nog steeds onze bewondering. Hoeveel ook later nog gepresteerd is, het tempo van die dagen is nooit meer bereikt! In dezen tijd valt de vestiging van den Amsterdamschen handel inRusland(Archangel);deEngelschen,

1 Dat ook de binnenlandsche handel en de Rijnvaart van Am» sterdam reeds in de Middeleeuwen van beteekenis waren, blijkt o.a. uit de voortdurende twisten met Deventer over den Kotertol. Over deze kwestie werd tusschen beide steden in 1347 een belangrijk verdrag gesloten.

117

Sluiten