Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Sande Bakhuyzen, David en Pieter Oyens, ofschoon allen tijdgenooten van de meesters der Haagsche school, vallen, zoowel door opvatting als door schilderwijze, met gedeeltelijke uitzondering van den eerste, buiten hun lijn.

Toch zijn ook zij talentvolle kunstenaars, die allen een rol hebben vervuld, welke hen zal doen voortleven in de geschiedenis der Nederlandsche schilderkunst.

Jongkind en Alma Tadema nemen onder deze kunstenaars weer een eigen plaats in.

De eerste, als leerling van Schelfhout, maar voornamelijk als bentgenoot der Fransche meesters, die de Haagsche ten voorbeeld zijn geweest, vertoont met de school van deze laatsten uitteraard verwantschap.

In 1819 te Latdrop bij Ootmarsum geboren, vestigde Jongkind zich op jeugdigen leeftijd reeds te Parijs. Niettegenstaande hij tot aan zijn dood in Frankrijk is gebleven, — hij overleed er in 1891 te Cóte-Saint-André, — bleef bij toch Hollander in zijn hart, ondanks het feit dat Holland, waar hij jaren achtereen in de omstreken van Rotterdam kwam werken, hem in zijn tijd nooit de eer heeft gegeven, waarop hij als fijngevoelig en rasecht schilder ten volle recht had.

Heel anders, zoowel ten opzichte van zijn kunst als in verhouding tot Holland staat Alma Tadema. Evenals Christoffel Bisschop was Alma Tadema van Friesche afkomst. Hij werd 8 Januari 1836 te Dronrijp geboren. Door den aard van zijn kunstenaarschap en zijn gering contact met zijn geboorteland, zou zijn naam in dit overzicht gevoegelijk onvermeld kunnen blijven, maar als markante figuur, die men ook ten onzent nimmer uit het oog verloor, verdient hij toch een korte beschouwing.

Op zestienjarigen leeftijd reeds naar België getogen, waar hij gedurende dertien jaren bleef, studeerde Alma Tadema een viertal jaren aan de Antwerpsche academie, eerst onder leiding van Wappers, later van de Keyser. Door zijn omgang met den geschiedenis-leeraar Louis de Taey en voornamelijk met Baron Leys wordt voor goed de richting bepaald van zijn kunst in welke zijn klassieke, archaeologische aanleg onverpoosd volle bevrediging vond. In Engeland vooral, waar hij zich later, te Londen, vestigde en waar hij in 1912 als genaturaliseerd Engelschman, opgeklommen tot den 146

Sluiten