Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joh. M. Coenen, Verhulst en Röntgen. Daarnaastmoeten „Het Park" in de Plantage en Odeon worden genoemd, en ten slotte het in 1888 geopende Concertgebouw. Voor het muziekonderwijs was van belang de in 1827 opgerichte Koninklijke Muziekschool, die van 1843 tot hare opheffing in 1852 onder stedelijk beheer stond. Haar taak werd later door de muziekschool van „Toonkunst" voortgezet, totdat in 1884 het Conservatorium werd gesticht, dat sinds 1909 in het Huis met de Hoofden is gevestigd.

Wat de tooneelkunst betreft, zij herinnerd aan de namen van Ziezenis-Wattier, Majofski, Snoek, Westerman, Jelgerhuis enz., die in het begin der 19e eeuw den Amsterdamschen schouwburg sierden. In de helft der eeuw zonk het tooneel diep, totdat de oprichting van het Tooneel verbond in 1870. dat in 1874 de Tooneelschool stichtte, verbetering bracht. De in 1774 op het Leidscheplein van hout gebouwde stadsschouwburg werd in 1873 verbouwd en na den brand van 20 Februari 1891 door een geheel nieuw gebouw vervangen. In dit verband worde nog herinnerd aan de Hoogduitsche schouwburg in de Amstelstraat, die door de familie Van Lier als Grand Théatre tot bloei werd gebracht, den Parkschouwburg, in 1883 geopend en in 1912 afgebroken, en de Salon des Variétés, eerst van Duport in de Nes en later van Boas en Judels in de Amstelstraat..

Ik vestigde in deze bladzijden slechts op enkele punten de aandacht en deed dit zoo beknopt mogelijk. Maar hoe onvolledig deze schets ook moge zijn, zij zal de lezers vermoedelijk wel onder den indruk hebben gebracht van de groote veranderingen, die de oude Amstelstad sinds 1795 heeft ondergaan.

JOH. C. BREEN.

164

Sluiten