Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nijverheid zich belangrijk uitbreidde, gingen hier ter stede zooveel fabrieken te gronde, dat in 1843 de Kamer van Koophandel en Fabrieken de vrees uitsprak, dat, „zoo deze schrikbarende achteruitgang niet wordt gestuit, het te voorzien is, dat de fabryken en trafyken in deze stad meer en meer zullen te niet gaan en een aantal werklieden, welke daardoor bestaan, aan de armenkassen zullen vervallen".

De man, die het scherpst onze achterlijkheid op economisch gebied inzag en verbetering zocht aan te brengen, was dr. S. Sarphati, die in 1846 zocht te voorzien in de behoefte aan vakonderwijs door de oprichting eener inrichting voor onderwijs in koophandel en nijverheid, waarin hijzelf les gaf in de scheikunde. In 1848 stichtte hij de Maatschappij van landbouw en landontginning, die zich met de opruiming van faecalién, later ook van het Amsterdamsche straat vuil belastte, vier jaar later de Vereeniging voor Volksvlijt, die door uitgave van een tijdschrift en door het organiseeren van tentoonstellingen ons volk trachtte wakker te schudden en het initiatief nam tot de schepping van het Paleis voor Volksvlijt, dat voorzien zou in de behoefte aan tentoonstellingslokalen. Een groot volksbelang diende hij ook door zijn aandacht te schenken aan de ontwikkeling der bakkerij, die nog steeds op zeer primitieve wijze werd uitgeoefend. Wel was reeds in 1829 in de Plantage een modelbakkerij opgericht, waar het brood gekneed werd „door werktuigen en niet door handen en voeten", maar reeds in het volgende jaar zong „een verheugde bakker"

Juicht, broeders, bakkers, juicht met mij De mechanische bakkerij Kan niet langer bestaan".

Nu vatte Sarphati de zaak aan en in 1857 opende de Maatschappij voor Meel- en Broodfabrieken haar fabriek aan de Vijzelgracht, waar alle bewerking zooveel mogelijk langs mechanischen weg geschiedde en die het voorbeeld geweest is voor tal van andere fabrieken in binnen- en buitenland.

Van groote beteekenis is Sarphati ook geweest op het gebied van stadsuitbreiding. In 1863 richtte hij de Nederlandsche Bouw-maatschappij op, die uitgestrekte woningbuurten aan beide zijden van het Paleis voor Volksvlijt ging stichten; 170

Sluiten