Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Strafvordering, waarbij eene regeling dezer aangelegenheid werd getroffen (Hand. 1829—1830, blz. 46—47, 556; bijl. blz. 693—695).

Naar aanleiding van de gebeurtenissen in België werd in de zitting 1831—1832, bij besluit der Kamer van den 24sten October 1831, het getal der afdeelingen gebracht van 7 op 5 (Hand. 1831—1832, blz. 10).

In dezelfde zitting werd door de heeren van Sytzama en van Dam van Isselt een voorstel ingediend om te bepalen, dat de petitiën, in eene vorige zitting ingediend, maar onafgedaan gebleven, naar de in de nieuwe zitting benoemde commissie voor de petitiën zouden worden overgebracht. Dit voorstel, aangevuld met de bepaling, dat jaarlijks eene commissie voor de verzoekschriften zou worden benoemd, werd door de Kamer aangenomen (Hand. 1831—1832, blz. 62—63, 239—242; bijl. blz. 513—515).

Waren derhalve verschillende pogingen gedaan om op ondergeschikte punten verbetering in het reglement van orde te brengen, voorstellen tot algeheele herziening bleven achterwege, niettegenstaande veelvuldige klachten over het ondoelmatige van de manier van overwegen van wetsvoorstellen en de overtuiging van vooraanstaande mannen als G. K. van Hogendorp en Luzac, dat eene grondige herziening van de bestaande bepalingen noodig was (vgl. van Hogendorp: Bijdragen tot de huishouding van den Staat, deel IV, blz. 222; deel V, blz. 66; deel VIII, blz. 29, 45, 271/2; deel IX, blz. 198, 257, en Luzac in de Hand. 1841— 1842, blz. 55 en vlg). Totdat, toen de Kamer in 1840 in buitengewone zitting in dubbelen getale bijeen kwam voor de behandeling der voorstellen tot Grondwetsherziening, door de buitengewone leden Thorbecke, Groen van Prinsterer, Rau en de Kempenaer eene poging werd gedaan om voor de behandeling van die voorstellen van het reglement van orde af te wijken en eene andere werkwijze te volgen. Maar deze poging mislukte. Het door de genoemde heeren gedane voorstel strekte om te bepalen, dat de voorzitters der afdeelingen, zonder van het in hunne sectie verhandelde een officieel verbaal op te maken, te zamen het in art. 109 der Grondwet bedoelde algemeen verslag zouden samenstellen. Dit, door een der voorzitters

13

Sluiten