Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevoegdheid om door hen in de afdeelingen voorgelezen nota's aan den rapporteur hunner afdeeling ter hand te stellen, die deze in de Centrale afdeeling moest mededeelen. De voorzitters der afdeelingen en de rapporteurs kwamen na het afdeelingsonderzoek in Centrale afdeeling bijeen ter mededeeling en overweging van het in de afdeelingen verhandelde en maakten, zoo zij dit noodig achtten, eene korte nota van vraagpunten en van verlangde veranderingen en verbeteringen op, die vervolgens in de afdeelingen werden overwogen en in omvraag gebracht. Daarna maakte de Centrale afdeeling een door een harer leden of den griffier te stellen verslag op, bevattende eene beschouwing van het wetsontwerp in het algemeen en in bijzonderheden, alsmede het gevoelen van de meerderheid omtrent de gestelde vraagpunten en voorgestelde veranderingen. Dit (voorloopig) verslag werd aan de leden en aan de Regeering medegedeeld. Zoo dikwijls de Regeering het noodig achtte, trad de Centrale afdeeling met haar in overleg. Toelichtingen, ophelderingen en beantwoordingen, door de Regeering ingezonden, werden, zoo noodig, in de afdeelingen besproken, waarna de Centrale afdeeling een algemeen beredeneerd verslag opmaakte, dat ten minste 24 uren vóór den aanvang der beraadslaging aan de leden werd toegezonden.

Het groote verschil met vroeger was, dat niet meer de voorzitters der afdeelingen de beraadslaging over alle ontwerpen schriftelijk voorbereidden, maar dat voor elk wetsontwerp deskundige leden tot rapporteurs konden worden benoemd, die met de afdeelingsvoorzitters, in „Centrale afdeeling" vereenigd, één (voorloopig) verslag moesten samenstellen, waarin de in de afdeelingen gemaakte bedenkingen gezamenlijk waren verwerkt. De vijf afzonderlijke verslagen over dezelfde zaak kwamen dientengevolge te vervallen. Van een en ander werd verwacht, dat de Regeering beter dan vroeger zou worden ingelicht omtrent het gevoelen van de meerderheid der Kamer, waaromtrent zij onder de oude bepalingen veelal in het duister tastte, omdat uit de afzonderlijke verslagen der afdeelingen al heel bezwaarlijk het gevoelen van de meerderheid der Kamer was op te maken. Dit gevoelen zou ook ten gevolge van de beantwoording der vraagpunten en de

19

Sluiten