Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overweging van. veranderingen in de afdeelingen veel duidelijker aan den dag treden. Trouwens, reeds vóór het verschijnen van het algemeen verslag zouden, ook door overleg van Centrale afdeeling en Regeering, veel inlichtingen kunnen worden verkregen en bedenkingen worden opgelost, zoodat Regeering en Kamer beter dan tot dusverre gezamenlijk de ontwerpen voor de openbare beraadslaging zouden kunnen voorbereiden.

Bij de behandeling van het concept-reglement had onder meer eene belangrijke gedachtenwisseling plaats over de vraag, of de Kamer bevoegd was voorstellen des Konings te amendeeren. Met 42 tegen 3 stemmen werd beslist, dat geen bepalingen omtrent het amendeeren van wetsontwerpen in het reglement behoorden te worden opgenomen (zie te dezer zake ook de aanteekeningen op blz. 73—74 der Hand., Zitting 1841—1842). Nog een onderwerp heeft een punt van overweging uitgemaakt, zonder dat die overweging leidde tot het opnemen van bepalingen ter zake in het reglement, nl. het verbieden van geschreven redevoeringen en het alleen toelaten van korte aanteekeningen. Ter zake van keuzen van personen werd bepaald, dat niet of niet behoorlijk ingevulde briefjes niet zouden medetellen ter bepaling van de meerderheid en dat de derde en vierde stemming zou loopen over vier en twee candidaten.

(Hand. 1841—1842, blz. 6, 29, 50, 62, 162; bijl. blz. 21—76.)

De commissie voor de herziening publiceerde een „Kort overzicht" van het voorgevallene omtrent de herziening van het reglement, afgedrukt op blz. 48 en vlg. van de bijl. tot de Hand. der zitting 1841—1842.

In de rede, waarmede de zitting 1841—1842 namens den Koning werd gesloten, werd de totstandkoming van het nieuwe reglement van orde herdacht met deze woorden: „Voorts heeft de Tweede Kamer een gewichtig werk tot stand gebracht door de nauwgezette herziening van haar reglement van orde. Het is te wenschen, dat hierdoor het middel zal gevonden zijn om den regelmatigen gang van zaken en het gemeen overleg te bevorderen, en uitkomsten te erlangen, welke de tot dusverre gevolgde wijze van onderzoek niet voldoende aanbood."

20

Sluiten