Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de meening der Regeering in strijd met de Grondwet, aangezien de laatste het vergaderen met gesloten deuren voorschreef, zoodra 1/10 der leden het vorderde of de President het noodig oordeelde en het bewuste reglementsartikel het beraadslagen in comité-generaal afhankelijk maakte van de meerderheid in de Kamer. Bij de beraadslagingen, die van 26—30 Maart plaats hadden, kwam de Minister van der Heim, inmiddels als Minister van Binnenlandsche Zaken opgetreden, op deze aangelegenheid terug. Het optreden en de opvatting der Regeering werden van verschillende zijden bestreden en het artikel onderging geen wijziging.

De beraadslagingen over het hoofdstuk betreffende de schriftelijke behandeling van wetsvoorstellen, leidden, overeenkomstig het voorstel der commissie voor de herziening, tot eene regeling, waarbij de Centrale afdeeling en de commissie van rapporteurs definitief werden gescheiden en deze laatste tot grooter invloed kwam. Voor de Centrale afdeeling, bestaande uit de afdeelingsvoorzitters en den Voorzitter der Kamer, bleef slechts als voornaamste taak over het regelen van de volgorde, waarin de wetsvoorstellen in de afdeelingen zouden worden onderzocht; met het maken van verslagen over de voorstellen had zij niet meer te maken. Het opmaken dezer verslagen werd geheel aan vijf door de afdeelingen te benoemen rapporteurs overgelaten. De vergaderingen der commissies van rapporteurs konden door den Voorzitter der Kamer worden bijgewoond. De commissies konden met de Regeering overleg plegen; zij beoordeelden, of wijzigingen, bij dat overleg door de Regeering aangebracht, opnieuw in de afdeelingen behoorden te worden overwogen. Deed dit geval zich voor, dan werd haar versfeg als voorloopig beschouwd en met de mededeelingen en stukken der Regeering aan de leden rondgedeeld, en bracht de commissie na het nieuwe onderzoek een definitief verslag uit.

Bereikt was dus één verslag, door deskundige rapporteurs — daarvoor konden de afdeelingen ten minste zorgen — opgemaakt. Echter bleven de rapporteurs de organen van de afdeelingen. De commissie moest „uit naam der onderscheidene afdeelingen" een verslag opmaken, hetwelk, naar aanleiding van de overwegingen in de afdeelingen, de

28

Sluiten