Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verslag der commissie bevatte voorts, behalve bepalingen omtrent punten van weinig belang, nog de . volgende voorstellen, welke, voor zoover hierna niet het tegendeel wordt vermeld, in hoofdzaak werden aangenomen.

Het tijdelijk voorzitterschap bij den aanvang eener zitting zou worden bekleed door het oudste lid in jaren en met als vroeger door den laatst afgetreden voorzitter, terwijl het voorzitterschap in alle andere gevallen zou worden waargenomen door een der leden, die met den voorzitter op de nominatie waren geplaatst. De benoeming van den commies-griffier en van de ambtenaren der Kamer zou door de Kamer geschieden. Uitvoeriger dan vroeger zou in het reglement worden omschreven, wat de notulen moesten behelzen. Omtrent de raadpleging met gesloten deuren werd een artikel voorgesteld, gelijkluidend aan art. 96 der Grondwet, en een nieuw artikel werd voorgedragen, in verband met het bij art 89 der Grondwet aan de beide Kamers toegekende recht vaainterpellatie, ten einde de uitoefening van dat recht „aan regelen te binden, welke uit den aard der zaak voortvloeien". In overeenstemming met art. 101 der Grondwet werd thans een artikel voorgesteld, houdende bepaling, dat bij staken van stemmen voor de tweede maal en bij staken in eene voltallige vergadering een voorstel als niet aangenomen zou worden beschouwd. In verband met het bij art. 107 der Grondwet aan de Kamer toegekende recht om wijzigingen in wetsontwerpen aan te brengen, waaruit de noodzakelijkheid voortvloeide de artikelen van een wetsontwerp afzonderlijk in beraadslaging te brengen, zouden de bepalingen omtrent de orde der beraadslaging worden uitgebreid en verduidelijkt. Omtrent amendementen zou zijn te bepalen, dat deze van het oogenblik af, dat het algemeen verslag werd uitgebracht, door ieder lid konden worden voorgesteld tot 24 uur vóór den aanvang der beraadslaging; dat na de algemeene beraadslaging over een voorstel, weder voor ieder lid gelegenheid zou zijn amendementen schriftelijk in te dienen; dat alle amendementen konden worden toegelicht, doch om een onderwerp van beraadslaging uit te maken door ten minste vijf leden moesten worden ondersteund. Amendementen en onderdeelen van wetsvoorstellen zouden ook zonder hoofdelijke stemming kunnen worden aangenomen, maar stemmingen over wets-

32

Sluiten