Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 5 November 1849 was beslist, dat bij eene herziening van het reglement van orde de vraag omtrent de gevolgen der sluiting eener zitting met opzicht tot de ten tijde van die sluiting aanhangige voorstellen en zaken, zou worden uitgemaakt en dat met die herziening zou worden gewacht tot de regeling van het recht van enquête eene aanvulling en uitbreiding van het reglement noodzakelijk zou maken, en de wet tot regeling van het recht van enquête sedert was vastgesteld. Het voorstel van den Voorzitter strekte dan ook om eene commissie te benoemen voor de herziening van het reglement voor zoover de beide genoemde onderwerpen betrof. De heer Wintgens stelde voor aan het voorstel van den Voorzitter eenige meerdere uitbreiding te geven en het gansche reglement van orde aan eene herziening te onderwerpen, voornamelijk omdat hij verandering wenschte ter zake van het stelsel van rapporteurs.

Na eenige discussie werd het voorstel van den heer Wintgens met 34 tegen 16 stemmen aangenomen. Door de afdeelingen werd eene commissie voor de herziening benoemd, die 14 Maart 1851 verslag uitbracht, vergezeld van eene reeks wijzigingen met tóelichting. Het meerendeel der wijzigingen was van ondergeschikten aard; verscheidene strekten alleen tot verbetering van stijl en taal. Eén zeer belangrijk voorstel deed de commissie echter, namelijk tot invoering van een stelsel van meer zelfstandige rapporteurs voor wetsontwerpen. Bij het ontwerpen daarvan had zij het voorstel der commissie van 1849 gevolgd, maar zoodanig gewijzigd, dat sommige der voornaamste bedenkingen indertijd daartegen ingebracht, op haar voorstel niet of in mindere mate toepasselijk waren. Het' bezwaar tegen het voorstel van 1849, dat het gemeen overleg met de Regeering zou verzwakken, meende de commissie door haar voorstel geheel te hebben ondervangen. Overigens was zij bij het opstellen van dit gedeelte harer voorstellen ook te rade gegaan met hetgeen in andere landen omtrent het voorafgaand onderzoek der wetsvoorstellen en de deswege uit te brengen verslagen plaats vond. „Het is ons daarbij voorgekomen", schreef zij, .„dat de Belgische Kamer van Vertegenwoordigers ook hier een navolgenswaardig voorbeeld aanbiedt. De door onze commissiën van rapporteurs uit te brengen verslagen over wetsvoorstellen zullen, naar wii

38

Sluiten