Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meenen, beter aan het doel beantwoorden, wanneer zij, zoo verre het verschil van staatsinstellingen en van parlementair gebruik dit toelaat, op den leest der Belgische zijn geschoeid."

De schriftelijke behandeling van wetsontwerpen zou, volgens het voorstel der commissie, als volgt plaats hebben. Gedurende de overweging in de afdeelingen zou een der leden, door de afdeeling tot secretaris benoemd, aanteekening houden van den loop en de uitkomsten der overweging. Na afloop der overweging zou de afdeeling een rapporteur benoemen, aan wien de secretaris zijne aanteekeningen ter hand moest stellen. De commissie van rapporteurs zou een voorzitter en een algemeen rapporteur kiezen en worden bijgestaan door den griffier. In de commissievergadering zou van hetgeen in de afdeelingen was aangemerkt, behandeld of verlangd, mededeeling worden gedaan; daarop volgde eigen beoordeeling van het voorstel door de commissie, vervolgens het ontwerpen van de wijzigingen, welke de commissie noodig achtte, terwijl de rapporteurs ten slotte zouden beslissen, of de aanneming van het voorstel, met of zonder wijzigingen, of wel de afwijzing van het voorstel aan de Kamer zou worden aangeraden. Het gemeen overleg" met de Regeering, voor zoover het aan de openbare beraadslaging vooraf ging, moest worden geconcentreerd in de commissie van rapporteurs, die mondeling of schriftelijk, door tusschenkomst van den Voorzitter der Kamer, met de Regeering in overleg zou kunnen treden, van welk Overleg de uitkomsten in het verslag der commissie moesten worden opgenomen, benevens de schriftelijk van de Regeering ontvangen antwoorden. Het door den algemeenen rapporteur1) opgemaakte verslag2) moest vergezeld gaan van de bescheiden, van regeeringswege bij de commissie

*) In het nieuwe stelsel, meende commissie, zou de griffier „wel aan den algemeenen rapporteur voor het stellen van het verslag goede diensten kunnen bewijzen", maar niet meer rechtstreeks, zooals volgens het reglement van 1849, met het stellen van het verslag kunnen worden belast.

2) Voorbeelden van verslagen van zelfstandige commissiën van rapporteurs vindt men o. a.: betr. de regten van in- en uitvoer van granen (bijl. 1851—52, blz. 392 en vlg.); betr. de samenstelling der regterlijke macht en het beleid der justitie (bijl. 1851—52, blz. 423 en vlg.); betr. heffing eener belasting op de renten (bijl. 1851—52, blz. 547 en vlg.)

39

Sluiten