Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de heer Fokker, die zich tegen de stuiting als gevolg der sluiting had verklaard, eene poging deed om eene beslissing deswege te verkrijgen. Hij stelde daartoe den 14den November 1849 voor de werkzaamheden te hervatten aan het wetsontwerp op het kiesrecht, waarvan de behandeling tot aan de openbare beraadslaging was gevorderd. Zijne poging mislukte. Met 44 tegen 15 stemmen nam de Kamer een voorstel aan van den heer van Zuylen van Nijevelt „om over het voorstel van den heer Fokker geen beslissing te nemen, maar de zaak uit te maken bij het reglement van Orde, en hiermede te wachten totdat de regeling van het recht van enquête eene uitbreiding en aanvulling van het reglement noodzakelijk zal maken" (Hand. 1849—1850, blz. 32/33).

Thans was die herziening aan de orde. De,commissie wenschte ten opzichte van wetsontwerpen in het bestaande gebruik geen verandering te brengen; wel ten aanzien van de werkzaamheden, die van de Kamer zelve uitgaan, zooals in handen van eene commissie gestelde zoogenaamde „Regeeringsbescheiden" en voorstellen van leden. Volgens het voorstel der commissie zouden deze werkzaamheden, als zij door de sluiting werden afgebroken, in de volgende zitting weder worden opgevat, waar de Kamer die bij de sluiting gelaten had, tenzij de Kamer dit niet raadzaam mocht achten.

Behalve eene meer logische rangschikking van de artikelen van het reglement, betroffen de voorstellen der commissie verder hoofdzakelijk nog de volgende punten.

Algemeene voorschriften omtrent commissiën: eerste bijeenkomst onder leiding van den Voorzitter der Kamer; benoeming van een voorzitter; aanvulling bij onvoltalligheid; aan de vergaderingen der commissiën zou voortaan de Voorzitter der Kamer niet meer deelnemen, maar de commissiën zouden gehouden zijn hem van den loop en den stand harer werkzaamheden geregeld op de hoogte te houden; benoeming van commissiën voor regeeringsbescheiden, als regel, door den Voorzitter. De orde, waarin het woord wordt verleend in afwijking van de gewone spreekbeurten: over persoonlijk feit, over eene motie van orde en over de vaststelling van het vraagpunt. Verlof der Kamer

42

Sluiten