Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om meer dan tweemaal over een zelfde onderwerp het woord te voeren. Spreekbeurten: de inschrijving van sprekers zou, naar het voorbeeld van Frankrijk en België, echter alleen bij beraadslagingen in het algemeen of over de hoofdafdeelingen van een voorstel, zóó geschieden, dat de sprekers voor en tegen elkander zooveel mogelijk afwisselden.

In de vergadering van 6 Mei 1851 deed de heer Lotsy het voorstel om het concept-reglement, zooals het door de commissie was voorgedragen, bij wijze van proefneming in te voeren tot het einde van het zittingjaar 1850—1851. Over dat voorstel werd den volgenden dag beraadslaagd, waarna het met 36 tegen 23 stemmen werd aangenomen.L)

(De op de schriftelijke voorbereiding der beraadslaging over wetsvoorstellen betrekking hebbende artikelen van het reglement van 1851 zijn opgenomen in bijl. III.)

Den 18den Juli daaraanvolgende, werd door den heer Dullert voorgesteld het reglement voorloopig in werking te doen blijven, totdat in de volgende zitting nader daaromtrent zou zijn beslist, voornamelijk omdat de proefneming nog niet lang genoeg had geduurd en, indien deze niet werd voortgezet, de verslagen der zelfstandige rapporteurs door de sluiting zouden vervallen of niet worden uitgebracht. Het voorstel werd zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

(Hand. 1850—1851, blz. 21, 22, 23, 564, 661—664, 677— 6822, 1162—1163; bijl. blz. 407—421.)

ïïl

(1852—1874).

Zitting 1851—1852. De tegenstanders van het stelsel van zelfstandige rapporteurs trachtten de proefneming daarmede zoo spoedig mogelijk te doen beëindigen, maar

1) Ook een der grootste tegenstanders van zelfstandige rapporteurs in 1849, de heer GROEN VAN PRINSTERER, was geneigd met het instituut eene proef te nemen. Hij achtte het mogelijk, dat de wijziging van de werkwijze der Kamer eene verbetering zou zijn.

43

Sluiten