Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorshands zonder succes. Nadat in de vergadering van 29 September 1851 reeds moties in dien zin waren verworpen (Hand. 1851—1852, blz. 61—64), werd weder in de vergadering van 9 Februari 1852 eene motie van den heer van Dam van Isselt, cm het voorloopig ingevoerde reglement buiten werking te stellen, met 34 tegen 28 stemmen verworpen en een zelfde lot onderging met 48 tegen 14 stemmen eene door den heer van Zuylen van Nijevelt voorgestelde motie, om dat reglement naar de afdeelingen te verzenden, evenwel onder voortzetting van de proefneming daarmede (Hand. blz. 710—712). Het verzet nam echter toe en uitte zich in de vergadering van den 16den Februari door een voorstel van de heeren Sloet en van Dam van Isselt „om het gewijzigde reglement van orde, bij besluit van 7 Mei 1851 ingevoerd tot het einde der zitting van 1850—1851, en nader, bij wijze van verdere proefneming, in stand gehouden, te stellen in handen der commissie, die met het ontwerpen van dat reglement is belast geweest, met uitnoodiging daaruit te lichten de verschillende artikelen, die betrekking hebben tot het stelsel van zelfstandige rapporteurs en de vroegere bepalingen omtrent de voorloopige beraadslagingen daarvoor in de plaats te stellen, opdat het gewijzigd reglement van orde voorloopig in werking kunne blijven."

Den volgenden dag kwam dit voorstel in beraadslaging en werd met 33 tegen 24 stemmen verworpen, doch tevens werd een voorstel der commisie, in de vorige zitting benoemd tot herziening van het reglement, en strekkende om het door haar ontworpen reglement naar de afdeelingen te verzenden en het reglement van 1849 weder in werking te doen treden totdat een nieuw reglement zou zijn vastgesteld, met 41 tegen 17 stemmen aangenomen. De door de afdeelingen benoemde commissie van rapporteurs bracht 23 Februari verslag uit.

Uit het besluit der Kamer om voorloopig de proef met de zelfstandige commissies van rapporteurs te staken, bleek wel, dat de meerderheid die proef niet gelukkig geslaagd achtte.*) In het verslag der commissie van rapporteurs

J) GROEN VAN PRINSTERER bleek thans met de resultaten niet ingenomen. Blijkens een zijner redevoeringen bij de herziening was hem eenerzijds van overwegend» invloed der zelfstandige commissies van

44

Sluiten