Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder afwijking van dat reglement, niets meer zou kunnen wijzigen in eene nog bij haar in behandeling zijnde wet! Hier kwam bij, dat het doel, waarmede aan de Tweede Kamer het recht van amendement is toegekend, bij zoodanige inkrimping der uitoefening, tot zekere hoogte verloren zou gaan. Het was toch onmiskenbaar, dat de leden der Kamer geenszins altijd vooraf de noodzakelijkheid der indiening van een amendement konden berekenen. Niet zelden bleek die noodzakelijkheid eerst uit den loop der beraadslaging of werd door de wrijving van denkbeelden het nut eener verbetering eerst dan, zelfs voor den meest ingewijde in het onderwerp der beraadslaging, in het licht gesteld." Van de zijde der commissie tot herziening werd het grondwettig bezwaar, dat men hier aanwezig achtte, geenszins toegegeven. „Art. 107 der Grondwet had", volgens deze commissie, „wel het recht van amendement geheel onbeperkt aan de Tweede Kamer toegekend, maar juist daardoor de regeling van het gebruik van dat recht aan de Kamer overgelaten. Nergens stond geschreven, dat de Kamer tot het laatste oogenblik, en dus ook dan, wanneer dit in het belang eener goede samenstelling der wetten onraadzaam moest geacht worden, van haar recht gebruik behoorde te maken. Wilde men aan de Kamer de bevoegdheid om zich in dit opzicht regelen voor te schrijven ontzeggen, dan zouden al de bepalingen omtrent het vooraf inzenden der amendementen, omtrent de ondersteuning daarvan door vijf leden, enz. moeten vervallen." Intusschen gaf de commissie tot herziening toe, dat de noodzakelijkheid tot het brengen van een amendement in de wet eerst gedurende en door de beraadslaging voor de Kamer of meerderheid blijkbaar kon worden. Zij had aan die mogelijkheid bij het opstellen van het voorgestelde artikel (64) gedacht, maar was van het denkbeeld uitgegaan, dat de moeilijkheid, die men hier óp het oog had, vanzelf uit den weg zou worden geruimd, daar, als de noodzakelijkheid tot wijziging zoo zeer in het oog sprong, de Kamer, met afwijking van haar reglement van orde, tot het indienen van zoodanige wijziging verlof geven, of ook de Regeering zelve die wijziging overnemen zou. Nu men echter daarop stond, zag de commissie er geen overwegend bezwaar in om de hier in aanmerking komende bepaling van het reglement zoodanig te wijzigen, dat nog

4

49

Sluiten