Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Kamer een voorstel te doen tot het brengen van die veranderingen in het reglement van orde, die door de vermeerdering van het aantal leden noodzakelijk waren. Daartoe werd besloten. De benoemde commissie was 13 October met haar verslag gereed. In de vergadering van den 20sten daaraanvolgende vereenigde de Kamer zich, nadat alleen de heer van Bosse het woord had gevoerd en te kennen had gegeven, dat bij hem en eenige andere leden het voornemen bestond een voorstel tot wijziging van het reglement te doen, zonder hoofdelijke stemming met het voorstel, door de commissie in haar verslag gedaan.

(Hand. '1864—1865, blz. 81, 83, 112; bijl. blz. 256.)

In overeenstemming met het in de vergadering van 20 October door den heer van Bosse geuite voornemen, diende deze, met de heeren Dullert, Godefroi en van Heukelom, bij missive van 28 November 1864 een voorstel in tot herziening van het reglement van orde.

Hoofddoel van het voorstel was „spoediger afdoening van de werkzaamheden der Kamer te bevorderen en verbetering te brengen in de inrichting der verslagen en in de uitoefening van het recht van amendement". Om te komen tot spoediger afdoening der werkzaamheden moesten dienen:

1°. meer werkdadige deelneming der rapporteurs aan de redactie der verslagen. De benoeming van een lid der commissie van rapporteurs tot algemeen rapporteur moest regel, die van den griffier als zoodanig uitzondering zijn;

2°. het volgen van een ander stelsel dan het tot dusverre geldende, ten aanzien van de gevolgen van de sluiting der zitting ten opzichte van de behandeling van onafgedane wetsontwerpen. Voorgesteld werd te bepalen, dat de werkzaamheden betreffende voorstellen des Konings, die bij de sluiting onafgedaan zijn gebleven, in de volgende zitting zouden kunnen worden hervat, wanneer de bij het voorstel betrokken Minister daartoe zijne toestemming geeft of verlangt, dat de hervatting plaats hebbe. Dit voorstel was geheel in den geest van de wijziging, die de commissie van onderzoek van het voorstel van 1856—1857 in art. 132 van het reglement verlangd had en waaraan de Kamer in de vergadering van 8 October 1857 hare adhaesie had gegeven. Voor de hervatting der werkzaamheden zou naar het voor-

54

Sluiten