Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iijd lang onafgedaan bleef liggen en door de ontbinding der Kamer in 1866 kwam te vervallen.

(Hand. 1864—1865, blz. 233, 307; bijl. blz. 689—694, 723, 1352—1356.)

Zittingen 1866—1867 (2de zitting) en 1867—1868. Bij missive van 11 Juni 1867 dienden de heeren Dullert en Godefroi een voorstel in, „dat de Kamer besluite tot herziening van haar reglement van orde, op den voet als bij art. 134 van dat reglement is bepaald".')

De voorstellers waren van oordeel, dat de noodzakelijkheid van herziening van het reglement ten aanzien van de punten, waarop het in de zitting 1864—1865 door den heer van Bosse c. s. gedane voorstel betrekking had, zich niet alleen nog altijd levendig deed gevoelen, maar zelfs dringender was geworden dan ooit. Naar hunne meening had de beraadslaging over het wetsontwerp tot regeling der schutterijen2) daarvan het overtuigend bewijs geleverd, en zij durfden met vertrouwen vragen „of bij de tegenwoordige wijze van werken deugdelijke behandeling van de zooveel omvattende en ingewikkelde ontwerpen tot vaststelling van een Wetboek van Strafvordering 3) mogelijk is".

Dit voorstel werd naar de afdeelingen verzonden, Bij het den 2den Juli 1867 uitgebrachte verslag van de door de afdeelingen benoemde commissie verklaarde deze eene herziening van het reglement ook zeer wenschelijk te achten. Zij was evenwel van meening, dat sterke wijziging van het tegenwoordige stelsel van schriftelijke gedachtenwisseling tusschen de Regeering en de Kamer althans bij voorraad ter zijde moest worden gelaten. „Ook ons komt het voor" — schreef de commissie — „dat zonder verbeteringen in de aangeduide richting aan de behoorlijke vaststelling in de Kamer van zoo omvangrijke ontwerpen als het Wetboek van Strafvordering nauwelijks te denken valt. Aan den anderen kant mag niet uit het oog verloren worden, dat het stelsel van zelfstandige rapporteurs, waarop het hier hoofdzakelijk aankomt, na eenen korten- tijd in werking te zijn

M D. i. door eene commissie van vijf leden, te benoemen door de afdeelingen. 2) Zitting 1866—1867, bijl. blz. 410—435. s) Zitting 1866—1867, bijl. blz. 741—781.

57

Sluiten