Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweest, onder den wellicht niet genoeg gemotiveerden tegenzin, dien het bij vele leden der Kamer opwekte, bezweken is, en dat dus in het belang van dat stelsel zelf bij eene poging tot wederinvoering met groote beradenheid, zonder overhaasting moet worden te werk gegaan.

Daarbij komt het ons raadzaam voor, dat niet tot de wederinvoering-besloten worde, dan nadat eene afdoende proef aan de leden der Kamer gelegenheid hebbe gegeven om zich te overtuigen, dat het nieuwe stelsel inderdaad boven het thans gevolgde de voorkeur verdient. Juist de aanstaande behandeling van het Wetboek van Strafvordering biedt gewenschte gelegenheid aan tot zulk eene proefneming.

Zij zou zich zelfs eenigermate kunnen aansluiten aan hetgeen, schier een halve eeuw geleden, bij de eerste pogingen tot invoering eener nieuwe burgerlijke wetgeving, in de toenmalige Tweede Kamer is voorgevallen. Ook toen zijn voor de behandeling van het Burgerlijk Wetboek afzonderlijke regelen gesteld. Zoo zouden ook thans door eene commissie ad hoe regelen voor de behandeling van eenig Wetboek kunnen worden ontworpen, en na door de Kamer te zijn goedgekeurd, op zulk een speciaal onderwerp toegepast. Bleek bij die toepassing, dat de nieuwe wijze van werken en beraadslagen boven de thans gevolgde de voorkeur verdient, voor de algemeene invoering van een beter beproefd stelsel, zij het ook met eenige wijziging voor onderwerpen van minder omvang, zou de weg zijn gebaand.

Wij stellen derhalve der Kamer voor, dat zij tot het benoemen door tusschenkomst der afdeelingen van eene commissie besluite, die zich in den aangeduiden geest .met het ontwerpen van een bij wijze van proefneming in te voeren reglement voor het' afdeelingsonderzoek en de openbare beraadslaging bezig houde en dit ontwerp aan het oordeel der Kamer onderwerpe."

In de vergadering van 24 September 1867 kwam de conclusie van het rapport der commissie in beraadslaging. Er had eenige gedachtenwisseling plaats over de vraag, of het niet, in afwijking van de conclusie, waartoe de commissie was gekomen, wenschelijk ware te besluiten aan eene tot herziening van het reglement te benoemen commissie ongelimiteerde opdracht te geven. De heer van Eek deed daartoe

58

Sluiten