Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkregen, terwijl jnen van den anderen kant eene te ruime en ondoordachte toepassing van het recht van amendement betreurde; en de Kamer zag den omvang evenzeer als het gehalte van haren wetgevenden arbeid afgekeurd." Verbetering aan te brengen door invoering van het stelsel van zelfstandige rapporteurs, achtte de meerderheid der commissie niet gewenscht. Zij meende, dat er aan dat stelsel bezwaren waren verbonden, welke de meerderheid der Kamer van zijne toepassing afkeerig maakte en zij vond het wenschelijk een middenweg in te slaan en verbeteringen aan te bevelen, welke kans van slagen hadden. De voornaamste grieven tegen de werkzaamheid der Kamer betroffen het afdeelingsonderzoek, de behandeling van amendementen en de telkens herhaalde overweging van bij de sluiting eener zitting onafgedane wetsontwerpen in de nieuwe zitting.

Ten aanzien van het eerste punt wenschte de commissie zooveel mogelijk bij de schriftelijke voorbereiding van de beraadslaging over wetsontwerpen overbodige schrifturen te doen vervallen en over elke wetsvoordracht, die daarvoor vatbaar was, één verslag te doen uitbrengen. Waar het kon, moesten h. i. voorloopige verslagen vervallen. Zij wilde daartoe de onder het bestaande reglement gevolgde practijk — evenwel in afwijking van de letter daarvan —, dat niet alleen over wetsontwerpen, waaromtrent geen opmerkingen waren gemaakt, dadelijk eindverslag werd uitgebracht, maar ook wanneer de gemaakte bedenkingen naar het oordeel der commissie van rapporteurs geen schriftelijk antwoord der Regeering eischten, door het nieuwe reglement zien bevestigd. De werkzaamheid dezer commissie ten opzichte van niet omvangrijke ontwerpen zou volgens de voorstellen overigens overeenkomstig het in het bestaande reglement aangenomen beginsel geregeld blijven, echter met deze afwijkingen, dat het uitspreken in het verslag van het eigen oordeel der commissie facultatief zou worden gemaakt en de taak om amendementen te formuleeren zou worden geschrapt. Ten aanzien van wetsvoorstellen van grooten omvang of van wijde strekking wenschte de commissie echter eene andere regeling. Zij meende, dat ten aanzien van zoodanige ontwerpen de bii het reglement van 7 December 1820, houdende bepa-

62

Sluiten