Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehoord, het schriftelijk of mondeling overleg daarover, deden met het uitbrengen van het verslag dikwijls meer tijd verloren gaan dan vroeger. Het overleg met de Regeering in zijn nieuwen vorm had wel eens, in plaats van tot overeenstemming te leiden, tot botsing aanleiding gegeven. Van eene aanmerkelijk verbeterde voorbereiding der openbare beraadslaging door mededeeling van eigen inzichten der commissie van rapporteurs was weinig of niets te bespeuren geweest en kon ook wel niet veel komen, zoolang het onmogelijk bleef altijd het rapporteurschap aan specialiteiten toe te vertrouwen. Eindelijk waren de klachten toegenomen, dat bij het afdeelingsonderzoek gemaakte bedenkingen of gedane vragen niet in de verslagen teruggevonden werden. De voorstanders van het stelsel beweerden, dat de ongelegenheden, waarover werd geklaagd, niet waren toe te schrijven aan de reglementsvoorschriften, maar daaraan, dat zij niet werden opgevolgd. Er waren verslagen verschenen, waarin de commissie van rapporteurs zich verontschuldigde, dat zij stellige bepalingen van het reglement van orde had ter zijde gesteld. Waar eene commissie geheel en al in den geest van die bepalingen had gehandeld, was wel degelijk het gemeen overleg bevorderd, waren ondergeschikte quaesties afgesneden en had inderdaad eene goede voorbereiding der openbare beraadslaging plaats gehad. Voorbeelden daarvan waren de wetsontwerpen betreffende de Amsterdamsche Kanaalmaatschappij (Zitting 1872— 1873, nr. 92) en het voorstel-de Roo van Alderwerelt tot herziening der wet omtrent het ontslag van officieren (Zitting 1872—1873, nr. 114) en eenige wetsontwerpen van meer bepaald juridischen aard. In weerwil van dit verschil van gevoelen, kwam de meerderheid daarin overeen, dat de nieuwe wijze van werken voor begrootingswetten minder geschikt was. *) Het den 24sten September genomen besluit wees daarop.

*) Vgl. o.a. de opmerking van den heer KAPPEYNE op blz. 1090 der Hand. 1873/74: „Bij begrootingen, die zich in de verschillende posten oplossen, kan moeilijk een algemeen oordeel door de commissie van rapporteurs uitgesproken worden. Ieder lid heeft er dan belang bij om zelfs zijne persoonlijke aanmerkingen in het verslag opgenomen te zien, en wanneer dan daarop een schriftelijk antwoord ontvangen wordt, dan wordt ■ daardoor het mondeling debat inderdaad verkort. Bij begrootingen werkt dus het oude reglement beter dan het nieuwe."

72

Sluiten