Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook in de commissie van rapporteurs bleek de meerderheid niet gestemd te zijn voor het stelsel van geheel zelfstandige rapporteurs. Dit nam echter niet weg, dat, ook naar het gevoelen dier meerderheid, voor een goede voorbereiding der openbare beraadslaging bloote mededeeling door de commissie van rapporteurs van hetgeen in de afdeelingen is voorgevallen, geenszins voldoende was. „Die commissie behoort, als zij inderdaad de Kamer wil voorlichten, wel degelijk tot zekere hoogte zelfstandig te werk te gaan.", schreef de commissie in haar verslag. En verder: „De uitslag van het afdeelingsonderzoek is voor haar het uitgangspunt; maar zij moet tevens eene opzettelijke studie van het wetsvoorstel maken; de punten waar het op aankomt, in het licht stellen; daarover een eigen oordeel vellen, door overleg met de Regeering gerezene hoofdbedenkingen uit den weg trachten te ruimen en ten slotte, gewapend met de meer bijzondere kennis, die zij zich van het behandelde wetsontwerp heeft eigen gemaakt, de wijzigingen voorstellen, die zij nuttig of noodig oordeelt. Het vorig reglement, waardoor hier verstaan wordt het reglement dat tot 15 April 1872 in werking was, had reeds die strekking." Maar dat reglement was niet altijd opgevolgd. Het nieuwe reglement van 1872 had dan ook vooral de strekking om de commissiën van rapporteurs nauwer aan de nakoming harer verplichtingen te binden; haar tot gezette overweging van hetgeen tot eene juiste kennis en waardeering van het wetsvoorstel in aanmerking komt, te nopen. Men wilde door het voorschrijven van een meer bepaalden vorm voor het verslag leven schenken aan te dikwijls ter zijde gelaten bepalingen.

De commissie van rapporteurs meende, bij het gebleken verschil van gevoelen omtrent de met het nieuwe reglement verkregen uitkomsten, in den geest der Kamer te handelen, wanneer zij een middenweg aanraadde, hoofdzakelijk daarin bestaande, dat het aan de keus der commisie van rapporteurs zou worden overgelaten, of zij hare werkzaamheid naar het hoofdbeginsel van het oude, dan wel naar dat van het nieuwe reglement wilde inrichten. De commissie deed in dezen zin voorstellen, welke in groote trekken hierop neerkwamen.

De commissie van rapporteurs kon onmiddellijk verslag uitbrengen als er noch in de afdeelingen noch in haar

73

Sluiten