Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

midden bemerkingen omtrent het wetsontwerp waren gemaakt of de gemaakte bedenkingen door de Regeering gemakkelijk bij de openbare beraadslaging konden worden beantwoord. In de gevallen, dat dit niet zou kunnen plaats vinden, zou de commissie van rapporteurs moeten beslissen of zij een voorloopig verslag naar aanleiding van het afdeelingsonderzoek zou uitbrengen (voor begrootingsontwerpen, ook suppletoire, werd dit imperatief voorgeschreven). Werd hiertoe besloten, dan zou dit voorloopig verslag aan de leden worden rondgedeeld en aan de Regeering worden toegezonden, die daarna eene memorie van antwoord zou kunnen inzenden, die eveneens afzonderlijk in druk zou verschijnen. Dit antwoord zou der commissie aanleiding kunnen geven tot overleg met de Regeering. In het door de commissie uit te brengen eindverslag zou het resultaat van het overleg zijn te vermelden. Bij het eindverslag zou de commissie kunnen voegen de wijzigingen, die zij meende, dat in het wetsontwerp behoorden te worden aangebracht.

Bij meer belangrijke en ingewikkelde wetsontwerpen zou de commissie van rapporteurs na het afdeelingsonderzoek het daarbij verhandelde overwegen, het onderwerp verder zelve bestudeeren en daarna de punten vaststellen, die in het verslag zouden zijn op te nemen. Deze zouden dan, behoorlijk toegelicht, aan de Regeering worden gezonden ter beantwoording. Ten allen tijde zou de commissie bevoegd zijn ook mondeling overleg met de Regeering te plegen, terwijl zij op grond van aangebrachte wijzigingen tot nieuw afdeelingsonderzoek zou kunnen adviseeren (niet besluiten, zooals tot dusver). Na gezette overweging van het antwoord der Regeering zou de commissie de punten van het schriftelijk overleg en het regeeringsantwoord daarop, haar oordeel daarover, zoomede de uitkomsten van het mondeling overleg in één verslag opnemen. Dat verslag moest aanvangen mét eene beknopte uiteenzetting van de strekking der voordracht en van de daarin vervatte bepalingen. Verder moest het behelzen een overzicht van het verhandelde in de afdeelingen, alles wat verder door de commissie tot recht begrip van het in de voordracht behandelde onderwerp en eene goede voorbereiding der openbare behandeling wenschelijk werd geacht en de door de commissie noodig geachte wijzi-

74

Sluiten