Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de overwegingen in de afdeelingen en de uitkomsten van eigen studie der rapporteurs op te teekenen en aan de Regeering mede te deelen, haar antwoord te bestudeeren, omtrent de overgebleven punten van verschil in overleg te treden, van eigen zienswijze daarover te doen blijken, zoo noodig wijzigingen voor te stellen en eindelijk dat alles onder de oogen van de leden te brengen.

Maar die wijze van behandeling wordt in den regel niet gevolgd.

De commissies van rapporteurs bepalen zich gewoonlijk tot de methode, die art. 32 haar voor begrootingswetten voorschrijft en voor andere wetsvoorstellen bij wijze van uitzondering veroorlooft. Zij stellen uit het besprokene in de afdeelingen en uit eigen opmerkingen een voorloopig verslag samen, waarin bijna iedere beschouwing van algemeenen aard door eene wederlegging gevolgd wordt en dat afzonderlijk wordt gepubliceerd.

Vervolgens wachten zij het antwoord der Regeering af, om zich daarna te bepalen tot een zuiver formeel eindverslag, dat aan den inhoud van art. 35 allerminst beantwoordt en eenvoudig naar het bestaande formulier door een ambtenaar ter griffie wordt gesteld. Ook bij de beraadslaging bemoeien de commissies van rapporteurs zich veelal niet meer met het onderwerp, beproeven zij niet het debat te leiden. Met het eindverslag achten zij hare taak volbracht.

De commissies van rapporteurs worden tot deze lijdelijke houding gedreven, deels door ongezindheid om van de bestaande sleur af te wijken, deels ook door het bewustzijn, dat hare samenstelling te wenschen overlaat: hetzij omdat de meest deskundige leden in haar midden ontbreken, hetzij omdat zij gevoelen de meening der Kamer niet uit te drukken. In één woord, zij missen het noodig zelfvertrouwen."

Ook onder de werking van het nieuwe reglement van 1888 bleven, op uitzonderingen na, de commissies van rapporteurs op den ouden voet werken. Evenwel traden, bij belangrijke wetsontwerpen, de commissies van voorbereiding in hare plaats, en met succes.

98

Sluiten