Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de afdeelingen, waarbij zooveel mogelijk elk lid wordt ingedeeld bij de afdeeling waartoe het behoort.

Is in eene afdeeling meer dan één lid der Commissie ingedeeld, dan wijst de afdeeling aan, wie hunner als rapporteur over het wetsvoorstel zal optreden."

(Hand. 1906—1907, blz. 1411—1415; bijl. n°. 187.)

Zitting 1908—1909. 24 Maart 1909 diende de heer de Savornin Lohman een voorstel in tot wijziging van het reglement van orde.

„Algemeen", schreef de voorsteller in zijne toelichting, „is het gevoelen, dat de tegenwoordige werkwijze der Tweede Kamer wijziging behoeft. Ondergeteekende wenscht, na met verschillende Kamerleden herhaaldelijk te hebben geraadpleegd, eene poging te wagen om daarin verbetering te brengen." De voorbereiding der wetsontwerpen deugde, naar de meening van den voorsteller, niet, ten minste niet voor die van grooteren omvang. Voor die van geringen omvang kon z. i. de bestaande methode behouden blijven.

Met het oog op verbetering der methode van voorbereiding, die aan de grootere wetsontwerpen zou ten goede komen, stelde de heer Lohman voor: ingrijpende wijziging van de werkzaamheid der commissie van voorbereiding; de mogelijkheid van benoeming van vaste commissies en de benoeming van begrootingscommissies, zoodat de schriftelijke voorbereiding van wetsontwerpen op vier in plaats van op twee wijzen zou kunnen geschieden.

Om tot verbetering van het voorbereidend onderzoek te komen, zou, meende de voorsteller: 1°. voor eene goede samenstelling der commissie van voorbereiding moeten worden gezorgd; 2°. de onmiddellijke aanraking met de Regeering moeten worden bevorderd; 3°. de voortdurende aanraking tusschen de commissieleden en Kamerleden, ook gedurende het onderzoek, mogelijk moeten worden gemaakt; 4°. minder dan thans de openbaarheid der voorbereidende handelingen moeten worden geschuwd; 5°. de gelegenheid voor de Kamerleden om reeds vóór de openbare behandeling amendementen in overweging te geven, moeten worden vergemakkelijkt; 6°. het tijdsverloop tusschen de indiening van het wetsontwerp en de openbare behandeling moeten worden ingekort.

102

Sluiten