Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belangstellenden buiten de Kamer mededeelingen zouden kunnen worden gedaan omtrent den stand van het onderzoek. Strikte geheimhouding zou, naar de meening van den voorsteller, behalve in exceptioneele gevallen, niet noodig zijn en mededeelingen aan het publiek (de pers) zouden de belangstelling in het ontwerp gaande houden.

Vóór de definitieve vaststelling van het verslag zou een proefdruk aan alle leden der Kamer zijn te zenden. Want, mocht al het indienen van voorstellen door bijzitters gedurende de behandeling van het voorstel in de commissie den gang der beraadslagingen kunnen belemmeren, niets kon er zich — meende de heer Lohman — tegen verzetten om nog vóór de definitieve vaststelling van het rapport aan alle Kamerleden de bevoegdheid te geven, wijzigingen aan het oordeel der commissie te onderwerpen, mits de verschijning van het rapport daardoor niet aanmerkelijk werd vertraagd. De commissie zou het in hare hand hebben, hiertegen te waken door een tijd van indiening vast te stellen. Over de ingediende amendementen zou de commissie haar gevoelen moeten uitspreken en zij zou, zoo noodig, de aanvankelijk vastgestelde uitkomsten van haar onderzoek kunnen wijzigen. Veel ondoelmatig en langdurig overleg tijdens de openbare behandeling zou door deze methode kunnen worden voorkomen.

Het voorgestelde artikel betreffende de vaste commissies opende de gelegenheid tot benoeming, voor den duur eener zitting, van vaste commissies voor het onderzoek van tot zekere groep van onderwerpen behoorende wetsontwerpen. Dit instituut zou kunnen leiden tot doelmatiger arbeidsverdeeling. Niet alle leden kunnen zich toeleggen op bestudeering van alle ontwerpen; de meesten bepalen zich tot zekere categorieën van onderwerpen. „Daar staat tegenover" — schreef de voorsteller — „dat zulke commissies lichtelijk een zóó overwegenden invloed kunnen erlangen, dat elke andere invloed daarbij in het niet verdwijnt, hetgeen soms verkeerd kan werken."

Den voorbereidenden arbeid aan de begrootingen wenschte de heer Lohman op te dragen aan tien begrootingscommissies, bij den aanvang der zitting vóór het afdeelingsonder-

105

Sluiten