Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten, tenzij met verlof der Kamer en dan niet langer dan ten hoogste 10 minuten.

In het door de commissie van rapporteurs uitgebrachte verslag waren nog andere denkbeelden geopperd tot verbetering van de werkwijze der Kamer dan die, welke in de voorstellen van den heer Lohman waren behandeld. In de eerste plaats het geven van gelegenheid aan de Kamer vóór de eigenlijke behandeling van gewichtige wetsontwerpen eerst eene beslissing te nemen ten aanzien van hoofdbeginselen van het ontwerp. Daartoe zou aan de commissie van voorbereiding kunnen worden opgedragen vraagpunten te formuleeren, waarvan beantwoording door de Kamer eene beslissing over de hoofdbeginselen met zich zou brengen. Door den voorsteller werd in dezen zin eene aanvulling van zijn voorstel ontworpen. In de tweede plaats werd in overweging gegeven: 1°. den Voorzitter meer macht te geven bij de leiding der beraadslaging en wel door te doen vervallen de bepaling, dat hij het woord verleent in de orde, waarin het is gevraagd en om in de plaats daarvan, naar het voorbeeld van andere landen, te bepalen, dat de Voorzitter beslist, aan wien en in welke volgorde hij het woord zal geven; 2°. om vóór den aanvang der beraadslaging over belangrijke wetsontwerpen en over begrootingen te beslissen, op welk tijdstip het debat over elk onderdeel zou worden gesloten1); 3°. de vergaderingen langer te doen duren; in drukke tijden ook 's Maandags en Zaterdags te vergaderen en, ten einde de vergaderingen te doen aanvangen op het vastgestelde uur van bijeenkomst, de presentielijst te doen vervallen en aan te nemen, dat het volgens de Grondwet vereischte aantal leden geacht wordt tegenwoordig te zijn, zoolang niet het tegendeel blijkt; 4°. kleine wetsontwerpen niet in de afdeelingen te onderzoeken.2)

1) In verband hiermede werd in herinnering gebracht de sedert twee jaren door minnelijk overleg tusschen de verschillende Kamerfracties ten aanzien van de beraadslagingen over de begrootingen in practijk gebrachte vrijwillige contingenteering. Deze bestond hierin, dat vóór den aanvang van de beraadslaging over de begrootingen door de voorzitters der Kamerfracties werd vastgesteld hoe lang de beraadslaging over de hoofdstukken en hunne onderdeelen zou mogen duren, in verband met den vóór Kerstmis beschikbaren tijd (Vgl. de rede des Voorzitters, Hand. 1907—1908, blz. 189).

2) De denkbeelden onder 1°.—4°. vermeld, hebben verder geen gevolg gehad.

107

Sluiten