Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten einde het bij verandering van het aantal of van de nummering der begrotingshoofdstukken steeds toepasselijk te doen zijn. Voorts hield het bepalingen in omtrent het verleenen van het woord en de aanwijzing van eene zitplaats aan de ambtenaren, die een Minister in de vergadering vergezellen en strekte het om eene voorziening te treffen ten aanzien van de begrootingscommissies ingeval eene tweejaarlijksche begrooting mocht worden ingediend, in dier voege, dat die commissies dan voor den duur van twee zittingen zullen worden benoemd.

Het voorstel werd door de Kamer aangenomen op 1 Mei 1923.

(Hand. 1922—1923, blz. 2186; bijl. n°. 373.)

De laatste wijziging van het reglement van orde werd bij besluit der Kamer van 15 Februari 1924 aangebracht. Daarbij werd de termijn voor het uitbrengen van verslag door de commissie voor de Staatsuitgaven over de in hare handen gestelde stukken, welke drie weken bedroeg, op twee maanden gesteld. De bestaande termijn was in de practijk te kort gebleken; de heer van Gijn en de overige leden van de genoemde commissie hadden daarom op 6 December 1923 een voorstel ingediend tot verlenging van den termijn en tevens om de bepaling van het reglement, dat de verslagen van commissies voor z.g. regeeringsbescheiden in eene vergadering der Kamer moesten worden uitgebracht voordat zij konden worden gedrukt en rondgedeeld, welke bepaling ook van toepassing was op de verslagen van de commissie voor de Staatsuitgaven, te schrappen. Ook deze wijziging keurde de Kamer goed, zoodat voortaan alle verslagen, ook voordat zij zijn uitgebracht, kunnen worden gedrukt en rondgedeeld. Voorts werd, op aandrang uit de Kamer bij het afdeelingsonderzoek, door de voorstellers in hun voorstel de bepaling opgenomen, dat commissies tot onderzoek van „Regeeringsbescheiden" (die tot nog toe niet gebonden waren aan een termijn voor het vaststellen van verslag) binnen twee maanden nadat haar voorzitter werd benoemd, verslag moeten uitbrengen. De Kamer hechtte ook aan deze aanvulling van het reglement hare goedkeuring.

(Bijl. 1923—1924, n°. 228; Hand. blz. 750.)

125

Sluiten