Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de beraadslagingen; in het naauwgezet in acht nemen en doen naleven van het Reglement van Orde; in het aan alle de leden behoorlijk gelegenheid geven om hunne bedenkingen voor te dragen; in het juist stellen der door de Kamer te beslissen vraagpunten; in het aankondigen van de uitkomst der stemmingen en het uitvoeren der besluiten, door de Kamer genomen.

art. 9. De Voorzitter mag, gedurende de beraadslagingen, slechts het woord nemen, om den juisten staat van het geschilpunt aan te wijzen, of om de beraadslagingen, bij afdwaling, tot het juiste punt terug te brengen; indien hij over het in overweging zijnde onderwerp het woord wil voeren en zijn bijzonder gevoelen toelichten, verlaat hij den voorzittersstoel en plaatst zich weder op denzelve, nadat hij zijne rede geëindigd heeft.

art. 10. Het voorzitterschap wordt gedurende die rede, gelijk mede bij ziekte of afwezigheid van den Voorzitter, waargenomen door een der leden, die met hem, volgens art. 6, op de laatst aangebodene opgave aan den Koning zijn gebragt. Het lid, wiens naam in de volgorde der opgave vroeger is geplaatst, komt voor deze tijdelijke waarneming het eerst in aanmerking. Bij afwezigheid der beide aangeduide leden wordt de Voorzitter door het oudste lid in jaren vervangen.

art. 11. Bij het openvallen tusschentijds van het voorzitterschap, gaat de Vergadering over tot het maken eener nieuwe opgave van drie leden.

art. 12. Met uitzondering der gevallen, waaromtrent bij het reglement uitdrukkelijk anders is bepaald, benoemt de Voorzitter alle commissiën.

Art. 13. Aan den Griffier der Kamer wordt het beheer opgedragen over de boekerij en over al wat verder tot het huishoudelijke der Kamer betrekking heeft. De Voorzitter, bijgestaan door twee leden, daartoe telken jare door de Vergadering te benoemen, oefent hierover het oppertoezigt uit.

art. 14. De Kamer benoemt nevens den Griffier een Commiesgriffier. De overige ambtenaren ter griffie worden insgelijks door de Kamer, op voordragt der commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden, benoemd.

HOOFDSTUK III. Van het houden der vergaderingen.

art. 15. De Voorzitter belegt de vergadering, zoo dikwijls hij dit noodig oordeelt, of dit door vijf leden schriftelijk, met opgave der redenen, is verzocht geworden.

Het uur der bijeenkomst is des voormiddags ten elf ure, ten ware de Voorzitter, naar mate van de aan de orde van den dag zijnde zaken, het doelmatig oordeelt de bijeenkomst vroeger of later te stellen.

art. 16. De Voorzitter of vijf leden, verlangende eene avondzitting te houden of de beraadslagingen in eene avondzitting voort te zetten, beslist de Kamer daarover.

art. 17. Ieder lid, komende ter vergadering, teekent zijnen naam op eene lijst naar volgorde. Zoodra deze lijst door de meerderheid der leden is geteekend, geeft de Griffier dezelve aan den Voorzitter over,

135

Sluiten