Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE III.

ARTIKELEN 15 TOT EN MET 33 VAN HET REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE TWEEDE KAMER DER STATENGENERAAL VAN 1851.

Van het verzenden der voorstellen des Konings, hetzij van wet, hetzij andere, naar de Afdeelingen; van de werkzaamheden aldaar, en van die der rapporteurs.

art. 15. De Kamer verdeelt zich bij loting in vijf Afdeelingen, welke om de twee maanden op gelijke wijze worden vernieuwd.

Deze loting wordt in eene openbare zitting door den Voorzitter verrigt, die daartoe, na het voorlezen van iederen naam, een nommer, 'hetwelk de Afdeeling aanduidt, waartoe het lid behooren zal, uit eene bus trekt.

art. 16. Na de loting vereenigen zich de leden in elke Afdeeling en gaan over tot de benoeming van eenen voorzitter, wien de taak is opgedragen, de overweging in de Afdeeling te leiden en van eenen secretaris, belast met het houden van aanteekening van den loop en de uitkomsten der overweging.

Art. 17. Ook een tweede voorzitter wordt gekozen, ten einde, bij afwezigheid van den voorzitter, zijne werkzaamheden waar te nemen. Ingeval de tweede voorzitter ook afwezig is, wordt hij door het oudste lid in jaren vervangen.

Bij afwezigheid van den secretaris benoemt de Afdeeling een ander lid om hem te vervangen.

art. 18. De keuze van voorzitter, tweeden voorzitter en secretaris wordt aan den Voorzitter der Kamer opgegeven en door hem der Vergadering medegedeeld.

art. 19. De Centrale Afdeeling is zamengesteld uit den Voorzitter der Kamer, die er het voorzitterschap bekleedt, en de Voorzitters der Afdeelingen; zij wordt bijgestaan door den Griffier.

art. 20. Alle voorstellen, hetzij van wet, hetzij andere, door den Koning aan de Kamer ingezonden, worden dadelijk gedrukt en aan de leden rondgedeeld.

Art. 21. Zij worden verzonden naar de Afdeelingen van het tijdvak, gedurende hetwelk zij inkomen.

Zoodanige voorstellen, waarvan bij het vernieuwen der Afdeelingen de overweging nog bij geene dezer is aangevangen, worden bij de nieuwe Afdeelingen overgebragt.

Wanneer, bij het niet aannemen van een voorstel, in de plaats daarvan een ander bij de Kamer inkomt, wordt dit verzonden naar de Afdeelingen, die met het overwegen des eersten voorstels belast zijn geweest.

Ook bij het ontvangen van voorstellen, die met vroegere in een zeer naauw verband staan, worden de laatst ingekomene, met goedvinden der Kamer, aan dezelfde Afdeelingen, die met het overwegen der vroegere belast zijn, verzonden.

147

Sluiten