Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan ieder lid zoo spoedig mogelijk schriftelijk kennis gegeven. Ieder lid der Kamer kan een voorstel doen, om van een besluit der Centrale Afdeeling af te wijken.

Acht de Centrale Afdeeling overleg met een of meer Ministers over de volgorde der werkzaamheden in de Afdeelingen noodig, dan heeft het overleg plaats door tusschenkomst van den Voorzitter.

ART. 23. Eerst na verloop van twee vrije dagen na de ronddeeling der voorstellen, worden de leden in de Afdeelingen tot overweging daarvan opgeroepen, tenzij de Centrale Afdeeling, in bijzonder eenvoudige of spoed vereischende zaken, eene vroegere overweging raadzaam oordeelt.

Art. 24. De voorzitters der Afdeelingen geven, zoo noodig na onderling overleg, aan de overweging in dë Afdeelingen zoodanige leiding, als zij nuttig oordeelen, daarbij echter zorgende, dat aan de leden de gelegenheid gegeven Worde om hunne beschouwingen, zoo in het algemeen als over de bijzonderheden der voorstellen, in het midden te brengen.

ART. 25. De Afdeeling benoemt een harer leden tot rapporteur over het voorstel. Van de benoeming wordt kennis gegeven aan den Voorzitter der Kamer, die daarvan aan de Vergadering mededeeling doet.

ART. 26. Niemand behoeft te gelijker tijd rapporteur over meer dan • twee voorstellen te zijn, tenzij de nieuwe met de vorige in verband staan.

ART. 27. Het staat aan elk lid vrij, mits in de Afdeeling tegenwoordig zijnde, om schriftelijke en onderteekende nota's, beschouwingen over het voorstel of daarin te brengen verbeteringen behelzende, in te leveren. Zij worden aldaar voorgelezen en aan den rapporteur ter hand gesteld, die deze stukken in de Commissie van Rapporteurs overbrengt

ART. 28. Zoodra de overweging in al de Afdeelingen is afgeloopen, wordt de Commissie van Rapporteurs bijeengeroepen. Zij wordt bijgestaan door den Griffier.

ART. 29. De Commissie benoemt een van hare leden of wel den Griffier tot algemeenen rapporteur. Haar voorzitter is daartoe mede benoembaar.

ART. 30. De rapporteurs deelen onderling roede al hetgeen in de Afdeelingen is aangemerkt, behandeld of verlangd.

Zij overwegen vervolgens wat bovendien tot eene juiste kennis en waardering van het gedane wets-voorstel in aanmerking kan komen.

Zij stellen naar aanleiding hiervan de punten vast, welke in het verslag der Commissie zullen worden opgenomen.

ART. 31. Indien bij de mededeeling der overwegingen, welke in de Afdeelingen hebben plaats gehad, mogt blijken, dat in eene of meerdere Afdeelingen belangrijk* punten zijn behandeld, welke in andere niet ter sprake zijn geweest, kan de Commissie den Voorzitter der Kamer verzoeken deze Afdeelingen bijeen te roepen, ten einde die punten te overwegen.

In dit geval hebben de overweging en de vaststelling, bedoeld bij de twee laatste zinsneden van het voorgaand artikel, eerst plaats na afloop van het onderzoek.

ART. 32. Bij begrootingswetten maakt de Commissie van Rapporteurs, behalve in geval dat zij van oordeel is het in art. 35 bedoelde verslag

153

Sluiten