Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telken jare door de Kamer te benoemen, oefent hierover het oppertoezicht uit.

ART. 13. Jaarlijks vóór de sluiting der zitting worft de raming der in het volgende jaar voor de Kamer benoodigde uitgaven door de Commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden opgemaakt en, na ïn eene vergadering met gesloten deuren door de Kamer te zijn vastgesteld, aan den betrokken Minister ingezonden.

ART. 14. De Kamer benoemt nevens den Griffier een of meer Commiezen-Griffier. Deze vervangen den Griffier, waar dit noodig is. De overige ambtenaren ter griffie worden insgelijks door de Kamer, op voordracht der Commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden, benoemd.

Deze Commissie benoemt de bedienden der Kamer.

HOOFDSTUK III. Van de afdeelingen en het voorbereidend onderzoek.

ART. 15. De Kamer verdeelt zich bij loting in vijf afdeelingen, welke om de twee maanden op gelijke wijze worden vernieuwd. De lotfitft geschiedt de eerste maal in de vergadering, waarin de voordracht voor de benoeming van een Voorzitter wordt opgemaakt. De Voorzitter der Kamer is geen lid eener afdeeling.

Deze loting wordt in eene openbare vergadering door den Voorzitter verricht, die daartoe, na het voorlezen van iederen naam, een nommer, hetwelk de afdeeling aanduidt waartoe het lid behooren zal, uit eene bus trekt.

ART. 16. Na de loting vereenigen zich de leden in elke afdeeling en gaan over tot de benoeming van een voorzitter, wien de taak is opgedragen, de overweging in de afdeeling te leiden.

ART. 17. Ook een tweede voorzitter wordt gekozen, ten einde, bij afwezigheid van den voorzitter, zijne werkzaamheden waar te nemen. Ingeval de tweede voorzitter ook afwezig is, wordt hij door het oudste lid in jaren vervangen.

Dezelfde plaatsvervanging wordt in acht genomen, indien de voorzitter of de tweede voorzitter tot rapporteur benoemd is.

ART. 18. De keuze van voorzitter en tweeden voorzitter wordt aan den Voorzitter der Kamer opgegeven en door hem der Kamer medegedeeld.

ART. 19. De voorzitters der afdeelingen vormen te zamen de Centrale Afdeeling. De Voorzitter der Kamer bekleedt het voorzitterschap en heeft eene raadgevende stem. De Centrale Afdeeling wordt bijgestaan door den Griffier.

ART. 20. Alle voorstellen, hetzij van wet, hetzij andere, door den Koning aan de Kamer ingezonden, worden dadelijk gedrukt en aan de leden rondgedeeld.

ART. 21. Zij worden verzonden naar de afdeelingen van het tijdvak, gedurende hetwelk zij inkomen.

Zoodanige voorstellen, waarvan bij het vernieuwen der afdeelingen de overweging nog bij geene dezer is aangevangen, worden bij de nieuwe afdeelingen overgebracht.

162

Sluiten