Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergezeld gaan, worden, evenals de memorie van antwoord in art. 31 bedoeld, gedrukt aan de leden rondgedeeld en aan de Regeering toegezonden. De Commissie kan bevelen, dat van de Regeering ontvangen bescheiden niet worden gedrukt, maar ter inzage van de leden ter griffie nedergelegd.

art. 36. Op voorstel des Voorzitters of op een door tien leden geteekend verzoek kan de Kamer het onderzoek van een wetsvoorstel opdragen aan eene Commissie van Voorbereiding van vijf leden.

Wordt zulk eene Commissie benoemd, dan zijn de artikelen 25 tot 35 op de behandeling van zoodanig wetsontwerp niet van toepassing.

art. 37. De leden der in het vorig artikel bedoelde Commissie worden gekozen door den Voorzitter, tenzij de Kamer anders besluite.

Art. 38. De Voorzitter verdeelt de leden der Commissie over de afdeelingen, waarbij zooveel mogelijk elk lid wordt ingedeeld bij de afdeeling waartoe het behoort.

art. 39. De Commissie van Voorbereiding stelt, zoo noodig, voor de algemeene beschouwingen over het voorstel in de afdeelingen een leiddraad op, die, na aan de Centrale Afdeeling te zijn medegedeeld, wordt vastgesteld en gedrukt aan de leden wordt rondgedeeld.

Eerst na verloop van drie vrije dagen na deze ronddeeling, en in geen geval vroeger dan acht dagen na de ronddeeling van het voorstel, worden de leden in de afdeelingen tot overweging van het voorstel opgeroepen.

De voorzitters der afdeelingen leiden de overwegingen, met inachtneming van den leiddraad, indien deze is opgemaakt, en stellen de leden in de gelegenheid om hunne beschouwingen mede te deelen over andere algemeene punten en over de bijzonderheden van het voorstel.

Het staat aan elk lid vrij, mits in de afdeeling tegenwoordig zijnde, om schriftelijke en onderteekende nota's, beschouwingen over het voorstel of daarin te brengen verbeteringen behelzende, in te leveren. Zij worden aldaar voorgelezen en aan den rapporteur ter hand gesteld, dis deze stukken in de Commissie van Voorbereiding overbrengt.

art. 40. De Commissie van Voorbereiding benoemt haren voorzitter,' alsmede een of meer rapporteurs ter samenstelling van het in art. 41 te noemen verslag.

Wijst zij tot rapporteur den Griffier aan, dan woont deze de vergaderingen der Commissie bij.

Art. 41. De Commissie van Voorbereiding overweegt al hetgeen in de afdeelingen is aangemerkt, behandeld of verlangd en bovendien al wat tot eene juiste kennis en waardeering van het gedane wetsvoorstel in aanmerking kan komen. Zij deelt dit door tusschenkomst van den Voorzitter der Kamer in een schriftelijk verslag aan de Regecring mede, welke daarop, desverkiezende, zoowel schriftelijk als mondeling met haar in overleg kan treden. Verlangt de Commissie met den betrokken Minister in mondeling overleg te treden, dan noodigt zij, door tusschenkomst van den Voorzitter der Kamer, den Minister, onder mededeeling der redenen, tot het houden eener bijeenkomst uit.

Daarna brengt zij haar verslag uit, bevattende de mededeeling der uitkomsten van het onderzoek der Commissie en van het gehouden

165

Sluiten