Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 47. De Voorzitter onderwerpt de notulen aan de goedkeuring der Kamer. ««va»,,

Art. 48. In de laatste vergadering, welke die der sluiting voorafgaat, worden de notulen nog staande de vergadering aan de goedkeuring der Kamer onderworpen.

art. 49. Na de goedkeuring der notulen doet de Voorzitter eene korte opgave van al de bij hem, sedert de laatste vergadering, ingekomen stukken.

Hij doet alle besluiten en mededeelingen, van de Regeering ontvangen, voorlezen, ten ware de Kamer dit niet noodzakelijk oordeelt, en stelt zoodanige beslissing aan de Kamer voor, als de aard der stukken medebrengt. Deze stukken worden gedrukt en aan de leden rondgedeeld, tenzij de Kamer besluit ze alleen ter griffie neder te leggen.

art. 50. De Voorzitter geeft aan de Kamer kennis van de bij hem ingekomen boekwerken. Het mondeling aanbieden of aanprijzen van boekwerken wordt niet toegestaan.

art. 51. Geen lid voert het woord, dan na het van den Voorzitter verzocht en verkregen te hebben. De Voorzitter verleent het woord in de orde waarin het is gevraagd.

art. 52. De orde van spreekbeurten kan verbroken worden, wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit, om eene motie van orde betreffende het voorstel in behandeling te doen of over het stellen van het vraagpunt; in welke gevallen het woord in deze zelfde volgorde verleend wordt.

De Voorzitter verleent het woord voor een persoonlijk feit niet dan na eene voorloopige aanduiding van dat feit. Verkeerde opvatting van bijgebrachte redenen wordt niet aangemerkt als een persoonlijk feit.

Elke motie van orde betreffende het voorstel in behandeling moet, om een onderwerp van beraadslaging te kunnen uitmaken, door ten minste vijf leden worden voorgesteld of ondersteund.

De Kamer kan besluiten, dat de beraadslaging over zoodanige motie nader afzonderlijk zal worden gevoerd.

Art. 53. Ieder lid spreekt) staande en van zijne gewone of van eene uitsluitend daartoe aangewezen zitplaats.

art. 54. Geen spreker mag in zijne rede gestoord worden, tenzij hij aan het opvolgen van het Reglement van Orde moet worden herinnerd.

art. 55. Indien een spreker zich beleedigende uitdrukkingen veroorlooft of de orde stoort, wordt hij door den Voorzitter vermaand en tot de orde geroepen.

art. 56. Indien een spreker van het onderwerp, in beraadslaging gebracht, afwijkt, wordt hem dit door den Voorzitter onder het oog gebracht en hij tot de behandeling van het onderwerp teruggeroepen.

art. 57. Indien een spreker mocht voortgaan zich beleedigende uitdrukkingen te veroorloven, de orde te storen of van het onderwerp af te wijken, stelt de Voorzitter aan de Kamer voor, om hem gedurende de vergadering, waarin dit plaats heeft, over het voorstel in behandeling het woord te ontnemen.

art. 58. Niemand voert meer dan twee malen, ook niet om de

167

Sluiten