Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 8. Indien bij over het in overweging zijnde onderwerp het woord wil

voeren, verlaat hij daartoe den voorzittersstoel en neemt dien niet weder in, dan nadat de beraadslaging over dat onderwerp is afgeloopen.

(Art. 9 1888, 1874, 1872, 1852, 1851, 1849; art. 10 1846, 1842.)

De Voorzitter van Goltstein voerde als lid het woord en nam dadelijk daarna den voorzittersstoel weder in. Hand. 1849—50, blz. 26—27. Evenzoo verliet de Voorzitter van Rees den voorzittersstoel, voerde het woord en nam zijn zetel daarna dadelijk weder in. Hand. 1881—82, blz. 1106—1108.

Dit was volgens de vóór 1888 geldende reglementen geoorloofd. Na 1888 mag de Voorzitter slechts weer presideeren nadat de beraadslaging over dat onderwerp (n.1. het in overweging zijnde onderwerp) is afgeloopen.

Voor de bedoeling der uitdrukking „dat onderwerp" moge worden aangehaald het gesprokene in de vergadering van 25 September 1888. Bij de toen in behandeling zijnde herziening van het reglement van orde had de commissie van rapporteurs de bepaling voorgesteld, thans voorkomende aan het slot van art. 8 van het reglement, dat de Voorzitter, wanneer hij over het in overweging zijnde onderwerp het woord voert, den voorzittersstoel niet weder inneemt dan nadat de beraadslaging over het onderwerp is afgeloopen. De heer van Osenbruggen vroeg naar de bedoeling van de uitdrukking dat onderwerp; of het de bedoeling was, dat de Voorzitter bij de behandeling van eenig artikel het woord voerende, de bevoegdheid heeft bij een volgend artikel weder den voorzittersstoel in te nemen, of wel dat hij aan de verdere beraadslaging geen deel meer mag nemen, gelijk ook het geval zou kunnen zijn wanneer hij bij de algemeene beraadslaging het woord heeft gevoerd. Door de commissie van rapporteurs werd hierop geantwoord „dat de bedoeling niet is, dat de Voorzitter tot het einde der beraadslaging onder de leden zitting neemt, maar alleen zoolang de door hem besproken concrete zaak aan de orde is". Tegen deze uitlegging werd door niemand opgekomen. Hand. 1888—89, blz. 42—43.

In overeenstemming hiermede presideerde de Voorzitter, de heer Fock, toen hij in April 1919 het woord had gevoerd bij de algemeene beschouwingen over de Indische begroo-

206

Sluiten