Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 14—17. In 1919 werd de thans geldende bepaling gemaakt, aangezien vernieuwing om de twee maanden niet noodig werd geacht. Vroeger moest de omslag van het trekken der afdeelingen gewoonlijk viermaal in eene zitting worden gemaakt (Vgl. o. a. Hand. 1909—10, blz. 17, 527, 1352, 1631; Hand. 1910—11, blz. 18, 570, 1433, 1963); na de wijziging van 1919 is die trekking slechts driemaal noodig (Vgl. Hand. 1923— 24, blz. 16, 326, 1943; Hand. 1924—25, blz. 18).

Art. 15. Op den eersten dag, waarop de Kamer na dien der loting vergadert, vereenigen zich de leden in elke afdeeling ter benoeming van een voorzitter, wiens taak is de overweging in de aideeling te leiden.

(Art. 16 1888, 1874, 1872, 1852, 1851; art. 62 1849; art. 64 1846; art. 62, 1842; art. IV 1815.)

Vóór de reglementsherziening van 1919 had de verkiezing van voorzitters en tweede voorzitters der afdeelingen plaats dadelijk na het trekken der afdeelingen. De tegenwoordige bepaling werd in genoemd jaar gemaakt, ten einde aan de leden van elke afdeeling gelegenheid te geven onderling overleg te plegen over de benoeming van de voorzitters (Toepassing: Vgl. Hand. 1923—24, blz. 1943 en 1953 en Hand. 1924—25, blz. 1408).

Afwijking van dit voorschrift heeft plaats indien het voor de werkzaamheden der Kamer gewenscht is spoedig de Centrale afdeeling te kunnen raadplegen. De benoeming van de voorzitters en tweede voorzitters geschiedt dan op denzelfden dag, waarop de afdeelingen worden getrokken. Vgl. o. a. Hand. 1919—20, blz. 5, 10—11; Hand. 1920—21, blz. 4 en 16; Hand. 1921—22, blz. 4, 14; Rand. 1923—24, blz. 325.

Art. 16. Ook een tweede voorzitter wordt gekozen, ten einde, bij afwezigheid van den voorzitter, zijne werkzaamheden waar te nemen. Ingeval de tweede voorzitter ook afwezig is, wordt hij door het oudste lid in jaren vervangen.

Dezelfde plaatsvervanging wordt in acht genomen, indien de voorzitter of de tweede voorzitter tot rapporteur benoemd is.

(Art. 17 1888, 1874, 1872, 1852, 1851; art. 63 1849; art. 65 1846; art. 63 1842.)

Art. 17. De keuze van voorzitter en tweeden voorzitter wordt aan den Voorzitter der Kamer opgegeven en door hem der Kamer medegedeeld.

216

Sluiten