Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-29. In de vergadering van 8 Juni 1921 heeft de Voorzitter een spreker nog eens aan het geheim houden van het in de afdeelingen besprokene herinnerd: Hand. 1920—21, blz. 2761.

Art. 27. Zoodra de overweging in al de afdeelingen is afgeloopen, wordt de Commissie van Rapporteurs bijeengeroepen. Zij wordt bijgestaan door den Griffier.

(Art. 27 1888; art. 28 1874, 1872, 1852, 1851; art. 74 1849; art. 76 1846; art. 74 1842.)

Art. 28. De Commissie benoemt een van hare leden of. wel den Griffier tot algemeenen rapporteur. Haar voorzitter is daartoe mede benoembaar.

(Art. 28 1888; art. 29 1874, 1872, 1852, 1851; art. 76 1849; art. 78 1846; art. 77 1842.)

Het is regel den griffier of een der commiezen-griffier tot algemeenen rapporteur te benoemen.

Art. 29. De rapporteurs deelen onderling mede al hetgeen in de afdeelingen is aangemerkt, behandeld of verlangd.

Bij hun onderzoek1) van het voorstel overwegen zij vervolgens wat bovendien tot eene juiste kennis en waardeering daarvan in aanmerking kan komen.

De Commissie stelt, naar aanleiding van een en ander, de punten vast, welke in haar verslag zullen worden opgenomen. Het verslag beperkt zich tot, en bevat zoo beknopt mogelijk hetgeen betrekking heeft op het voorstel. De Commissie is bevoegd van hetgeen in de afdeelingen is gezegd weg te laten, wat zij niet ter zake dienende acht.

In het verslag betreffende hoofdstuk I der Staatsbegrooting worden, behalve opmerkingen over dat hoofdstuk, geene andere beschouwingen opgenomen dan die, welke betrekking hebben op de algemeene politiek der Regeering en de financiën of welke zaken betreffen, die meer dan één Departement aangaan.2)

*) De rapporteurs zijn verplicht tot een zelfstandig onderzoek: Hand. 1888—89, blz. 100—101.

2) Het laatste lid is aangebracht bij de herziening van 11 Maart 1919. Uit de toelichting der bepaling blijkt, dat zij strekt om te voorkomen, dat in het verslag betreffende hoofdstuk I worden opgenomen algemeene beschouwingen over de verkiezingen, de partijen en hare onderlinge verhouding, enz. „Voor zoover het wenschelijk mocht zijn hierover in de Kamer te handelen" — zegt genoemde toelichting — „kan dit zeer goed en zelfs beter zonder schriftelijke voorbereiding geschieden. De mondelinge beraadslagingen zullen dan allicht een frisscher karakter hebben."

224

Sluiten