Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 34. nota's van wijziging of gewijzigde wetsontwerpen. Uit de toen gevoerde beraadslaging blijkt, dat art. 34 betrekking heeft op het doen van een voorstel tot het opnieuw in de afdeelingen onderzoeken van het geheele wetsontwerp, naar aanleiding van daarin vóór zoowel als na het uitbrengen van het eindverslag — doch niet tijdens de openbare beraadslaging — aangebrachte wijzigingen. Op het doen van voorstellen tot het in de afdeelingen onderzoeken alleen van de wijzigingen, welke na het eindverslag, dus ook tijdens de beraadslaging, worden aangebracht, heeft het tegenwoordige artikel 97 betrekking. Nieuw afdeelingsonderzoek van een wetsontwerp kan, alleen tot aan het tijdstip van aanvang der openbare beraadslaging, worden voorgesteld, en wel uitsluitend door de commissie van rapporteurs. 1) Noch een aantal leden, noch de Voorzitter kunnen daartoe 'het voorstel doen; zij kunnen wèl voorstellen (art. 97) afdeelingsonderzoek van wijzigingen, welke na het eindverslag in een wetsontwerp zijn aangebracht. Een voorstel als op 29 Maart 1922 door 5 leden werd gedaan (Hand. 1921—22, blz. 2175) om het ontwerp-Vlootwet naar de afdeelingen te verzenden, zou juister geformuleerd zijn geweest, indien het had gestrekt om de na het eindverslag in het ontwerp aangebrachte wijzigingen in de afdeelingen te onderzoeken.

Een nieuw afdeelingsonderzoek is meermalen voorgesteld indien tusschen het afdeelingsonderzoek en de schriftelijke gedachtenwisseling of de openbare beraadslaging eene nieuwe Kamer was opgetreden, ten einde deze gelegenheid te geven zich in de afdeelingen over het ontwerp uit te spreken. Vgl. o. a. Hand. 1913—14, bl.z 28; Hand. 1919—20, blz. 1326, bijl. 19, n°. 3; Hand. 1922—23, blz. 1466 en 1579; bijl. 7, n°. 1 en 26, n°. 1.

*) In strijd hiermede deed de Centrale afdeeling in de zittingen 1913—14 (Hand. blz. 28) en 1923—24 (Hand. blz. 1190) voorstellen tot een nieuw afdeelingsonderzoek van wetsontwerpen. Dit optreden der Centrale afdeeling had echter eene bijzondere reden. Vgl. de aanteekeningen bij art. 21. Voorbeeld, dat eene C. v. R. (ten onrechte) nieuw afdeelingsonderzoek van een wetsontwerp voorstelde, toen dit reeds op de agenda voor de openbare vergadering was geplaatst: Hand. 1922—23, blz. 1579.

230

Sluiten