Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt, 35—38. Vgl. o.a. Zitting: 1872—73, bijl. 60, blz. 61—64; 1889—90, bijl. 97, n°. 11; 1890—91, bijl. 22, nos. 4 en 5; 1894—95, bijl. 64, nos. 8 en 9; 1922—23, bijl. 428 en 429, n°. 9.

Art. 36. De Terslagen der Commissie en de stukken, waarvan zij vergezeld gaan, worden, evenals de memorie van antwoord in art. 31 bedoeld, gedrukt aan de leden rondgedeeld en aan de Regeering toegezonden. De Commissie kan bevelen, dat van de Regeering ontvangen bescheiden niet worden gedrukt, maar ter inzage van de leden ter griilie nedergelegd.

(Art. 35 1888; art. 36 1874, 1872, 1852; art. 33 1851; art. 79 1849; artt. 81 en 84 1846; art. 77 1842;)

Art. 37. Niemand behoeft als lid van eene Commissie van Rapporteurs aan het onderzoek van meer dan twee voorstellen deel te nemen, tenzij de nieuwe met de vorige in verband staan.

(Art. 42 1888; art. 26 1874, 1872; art. 27 1852, 1851; art. 73 1849.)

§ 3. VERZENDING NAAR EENE BIJZONDERE COMMISSIE. *)

Art. 38. De Centrale Afdeeling kan besluiten voorstellen van hooidzakelijk technischen aard2) te verzenden naar eene bijzondere Commissie. Zij deelt haar besluit mede in eene openbare vergadering. Ieder lid der Kamer kan voorstellen van zoodanig besluit af te wijken. 8)

1) Deze § is ingevoegd bij de reglementsherziening van 11 Maart 1919. — Vgl. blz. 121.

°) Welke ontwerpen moeten worden beschouwd als van hoofdzakelijk technischen aard, is bij de invoeging van de paragraaf betreffende de bijzondere commissie niet komen vast te staan. In de toelichting tot de herzieningsvoorstellen wordt hierover gezwegen en op de in het verslag van het afdeelingsonderzoek gestelde vraag, welke voorstellen door de voorstellers beschouwd werden als van hoofdzakelijk technischen aard te zijn, en of daaronder zouden vallen ontwerpen tot herziening eener belasting, tot den bouw van schepen, tot het sluiten van een exploitatiecontract, tot vaststelling van de begrooting van een bouwfonds, antwoordden de voorstellers: „De Kamer zal steeds hebben te beslissen, of een ontwerp geacht kan worden van hoofdzakelijk technischen aard te zijn en het schijnt daarom niet noodig zich thans te verdiepen in beschouwingen omtrent de vraag, wat hieronder al dan niet valt." Bij de discussie in openbare vergadering is de quaestie niet ter sprake gekomen.

Wat in de practijk daaronder is verstaan, blijkt uit de opgave der sedert 1919 benoemde bijzondere commissies.

8) Vgl. het aangeteekende bij art. 67.

234

Sluiten