Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 47—48. Art. 47. De Commissie benoemt haren Voorzitter en ondervoor¬

zitter. 1) Art. 10, 2de en 3de lid, zijn daarbij van toepassing.

Zij geeft binnen acht dagen na hare benoeming aan den Voorzitter kennis van het tijdstip, waarop zij gereed zal zijn hare vergaderingen aan te vangen. De Voorzitter doet daarvan mededeeling aan de Kamer.2)

Zij stelt zoo noodig ten behoeve van de beraadslaging in de afdeelingen een leiddraad vast3), die uiterlijk acht dagen vóór het afdeelingsonderzoek aan de leden wordt rondgedeeld.

(Artt. 39 en 40 1888.)

1) De commissie bestaat, volgens art. 46, jcto 49, uit 5 of 7 leden, elk met een plaatsvervanger, zoodat tot het verkiezen van een voorzitter en ondervoorzitter, bij afwezigheid van een lid, zijn plaatsvervanger kan medewerken.

2) Vgl. o. a. Hand. 1912—13, blz. 136; Hand. 1913—14, blz. 1882; Hand. 1923—24, blz. 50, 213, 272; Hand. 1924—25, blz. 1568.

3) De Commissies, bij art. 46 vermeld, waarbij een * is geplaatst, hebben een leidraad opgemaakt. De leidraden vóór 1902 opgemaakt, verschenen, met uitzondering van dien, opgemaakt in 1889—90 voor het onderzoek der Indische rekeningen, als publiek stuk. Van 1902 af werden zij, omdat zij toch alleen van belang zijn voor hen, die aan het afdeelingsonderzoek deelnemen, alleen voor de leden gedrukt.

Art. 48. Nadat het in art. 47, 2de lid, bedoelde tijdstip is verstreken, wordt het voorstel in de afdeelingen onderzocht. Art. 20 is daarbij van toepassing.

Hetgeen in de afdeeling is verhandeld, wordt door het tot haar behoorende lid der Commissie of diens plaatsvervanger in de vergadering der Commissie medegedeeld. Bij aiwezigheid gedurende het aideelingsonderzoek ook van den plaatsvervanger benoemt de afdeeling een anderen plaatsvervanger, die alsdan dezelfde rechten en verplichtingen heeft als de plaatsvervanger.

Het staat aan elk lid, mits in de afdeeling tegenwoordig, vrij onderteekende nota's, beschouwingen over het voorstel of daarin te brengen verbeteringen behelzende, in te leveren. Zij worden aldaar voorgelezen en aan het lid der Commissie of diens plaatsvervanger ter hand gesteld, die ze in de Commissie van Voorbereiding overbrengt.

(Art. 39 1888.)

Nieuw afdeelingsonderzoek van een wetsontwerp, verzonden naar eene commissie van voorbereiding — zooals bij art. 34 is voorzien ten aanzien van wetsontwerpen waarvoor eene commissie van rapporteurs is benoemd — kent het reglement van orde niet. Toch werd op 18 Maart 1919 hiertoe besloten ten aanzien van het wetsontwerp tot wijziging der Gemeentewet (zitting 1918—19, bijl. 24), op voorstel van de commissie van voorbereiding voor dat wetsontwerp. De Voorzitter achtte hier een bijzonder geval aanwezig

248

Sluiten